Pjes stijve klit

..

Priveontvangst in groningen nl sex voor twee



..


Hierbij trekt de voorhuid zich terug waardoor de eikel wordt blootgesteld. Een langere voorhuid kan ook tijdens de erectie de eikel bedekken. Een erectie verdwijnt weer wanneer de parasympathische activiteit terugvalt naar de uitgangswaarde. Het parasympathische zenuwstelsel , dat voornamelijk actief is als het lichaam in rust is, stimuleert een erectie.

Het orthosympathische zenuwstelsel stimuleert een ejaculatie. De neurotransmitter dopamine is vooral betrokken bij de libido , de seksuele opwinding en bij het krijgen van een erectie. Bij de ejaculatie speelt juist serotonine een belangrijke rol. De vorm, hoek en richting van een erectie kan bij mensen aanzienlijk variëren.

Bij de vrouw kunnen de clitoris en de tepels van de borsten bij seksuele opwinding een erectie vertonen. In de clitoris gebeurt dat ook door zwellichamen, in de tepels niet. Fysiologisch wordt het erectieproces in gang gezet door het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel , met minimale participatie van het centrale zenuwstelsel.

Vanaf de plexus sacralis vertakken zich zenuwen naar de slagaders. Deze voorzien het erectiele weefsel, na stimulatie, van acetylcholine. Dit veroorzaakt op zijn beurt het vrijkomen van stikstofmonoxide NO in de endotheelcellen , onder invloed van het enzym stikstofmonoxidesynthase.

De menselijke penis bestaat uit drie buisvormige zwellichamen: Stikstofmonoxide diffundeert naar de gladde spieren rondom de slagaders van de corpora cavernosa. Stikstofmonoxide is een vasodilaterend middel en activateert het enzym guanylaatcyclase GC. Dit cGMP op zijn beurt doet het gladde spierweefsel van de zwellichamen van de penis verslappen. Door deze verslapping verwijden de arteriolen de kleinste vertakkingen van slagaders zich en wordt de penis gevuld met bloed zwellingsfase.

De corpora cavernosa, die over de lengte van de penis lopen, raken daarop volgezogen met veneus bloed. Het corpus spongiosum penis wordt ook enigszins gevuld met bloed, maar minder dan de corpora cavernosa. Tegelijkertijd wordt als gevolg van de zwelling de uitstroom en de circulatie van dit bloed beperkt, door samentrekken van de musculi ischiocavernosus en bulbospongiosus.

De druk in de corpora cavernosa wordt hierdoor bijna net zo hoog als de systolische bloeddruk, waardoor de penis zich opricht oprichtingsfase of erectiefase. Wanneer de druk in de corpora cavernosa hoger wordt dan de systolische bloeddruk verstijvingsfase kan ook de ejaculatie plaatsvinden. De erectie verdwijnt wanneer de parasympathische activiteit vermindert tot de uitgangswaarde.

Stimulatie van het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel veroorzaakt omzetting hydrolyse van cGMP naar inactief GMP. Het enzym dat deze omzetting katalyseert, is het fosfodiesterase typeenzym PDE-5 dat aanwezig is in de weefsels van de penis. Inactivatie van cGMP veroorzaakt vernauwing van de penisslagaders, waardoor bloed uit de zwellichamen verdwijnt.

Afrodisiaca remmen de hydrolyserende werking van PDE-5, waardoor actief cGMP zich ophoopt en de erectie zich verlengt door toename van de bloedtoevoer. Als autonome respons kan de erectie een gevolg zijn van verschillende stimuli, met inbegrip van seksuele stimulatie en seksuele opwinding, en is derhalve niet volledig onder bewuste controle.

De hersenschors kan bij afwezigheid van directe mechanische stimulatie in responsie op visuele, auditieve, olfactorische, ingebeelde of tactiele stimuli een erectie initiëren, via de erectiele centra in de lumbale en sacrale gebieden van het ruggenmerg. De hersenschors kan de erectie zelfs in aanwezigheid van mechanische stimulatie onderdrukken, evenals andere psychische, emotionele en omgevingsfactoren. De penis kan in erectie gaan tijdens de slaap of in erectie zijn tijdens het ontwaken.

Dit fenomeen staat bekend onder de naam nachtelijke penistumescentie NPT. Dit heeft niets met seksuele gedachten of dromen te maken, maar kan wel de zin in seks die veel mannen in de ochtend hebben verklaren. De ochtenderectie is een overblijvende erectie vanuit de laatste zogenoemde remslaap , en treedt daardoor vaak op als de man vanzelf ontwaakt, en niet wanneer deze wakker wordt gemaakt.

Afwezigheid van nachtelijke erectie wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen fysieke en psychische oorzaken van erectiestoornissen. Een erectie is een gebruikelijke indicator van seksuele opwinding en is noodzakelijk voor seksuele penetratie en geslachtsgemeenschap.

Na het bereiken van puberteit komen erecties veel vaker voor. Brengt den boer wa wettelen wortels mee! Breng ma e paksken toebak mee! Te Voormezele en Wijtschate luidt het eenvoudig: Schiet in 't vuur! Lacht er niet mee! Te Godsenhoven, nagenoeg aldus: Eindelijk te Puurs klinkt het akelig: Digitized by Google — 28 — Een tweede zang der koolmees kan als volgt genoteerd worden: Digitized by Google — 29 — Te Michelbeke: Hier was eene meeze en een uil.

De meeze riep tergend: Zie over de Meezentaal: Zie verder, beneden UiL Merlo, meerlaan, meerelaan, enz. De zwarte vogel met geelrooden bek zingt: Gaat in de n kelder En breekt ou been! Bijna hetzelfde te Liedekerke: Ga naar de n kelder en breekt a been! Gaat in den kelder en breekt uw been!

Ruimpfes , Zoo ook te Wambeke en te Denderleeuw, doch het luidt er: Digitized by Google — 30 — Te Puurs hoort men het laatste vers: Het klinkt nog anders, naar R. Drink het uit en tapt een nieuw! Toen de musch herberg hield, kreeg ze 't bezoek van de merel en den weduwaal. In 't Land van Waas luidt haar liedje: Digitized by Google — Sl- of wel: Te Lier zingt de merel: G'het gestolen, ge zijt nen dief! Te Voormezele en te Wijtschate: Sinte-Marten koeke dieuw dief?

Sloet zegt dat de merel of gieteling in Gelder- land zingt: Evenals de koekoek zie aldaar belooft de vogel gedurende de maand Maart: G'en krijgt geen pluim van mijnen steert!

Stele ik zeven krieken, 'k En hê nog maar eene voor mij! Vijf jongen en een kwa wijf, 't Zijn al rijke oriën! Doch de merelzang — de echte, dien men in bosch en kreupelhout hoort — is zoo eenvoudig niet zie Vincent en Voigt.

Het hierboven aangehaald deuntje is een aangeleerd: De bontekraai zou, volgens VK, I, 82, zingen: Drink maar uit en tap nog een! Digitized by Google — 33 — Musch, Er zijn twee verspreide muschsoortea in ons land: De gewone huismusch {Passer domesticus L. Wat volgt ziet op alle beide. Aldus in het dieren- sprookje, waar zij herberg houdt Ternath. In Overijsel roept de musch maar altijd door om een c sjillink ». Zie ook hier Merci: De nachtegaal, men weet het, is een nieuwsgierig vogeltje en weet ook raad te geven.

Wat ge doet, doet, doet, De jongens zijn niet goed, goed, goed! Digitized by Google — 34 — Te St. Ziet da ge mijn joncrskcs Geen zeer en doet! In Rond den Heerd, XX, , is het de treurige echtgenoot: Bij De Bo i.

En aldus tracht de angstige vogel de nestroovende jongens te misleiden! Te Linkhout treurt de nachtegaal om zijne zuster: Me zuster is ziek!

Steek ze in de eerd! Het eerste vers gezongen met lange noten, de andere heel snel, alles als volgt: Ih ih ih ih ih watiwatiwali! Diwati quoi quoi quoi quoi quoi quoi! Ihih tita girarrrrrrrrr itz! Twor twor twor twor twor twor twor twor tih! Tü tü tü tü tü tü tü qui zatnzatnzalnzi! Iht iht iht iht iht zirhadingl Rihp rihp rihp rihp rihp rihp rihp rihp ih! Ji jih güh güh güh güh güh dadahidowitz. Hieruit blijkt dat onze kinderrijmpjes, boven vermeld, wel het kenteeken van den nachtegaalzang wedergeven.

Wat voor een vogeltje is dat? Te Quaremont bespot het de zoekende jongens, als volgt: I Twee andere tamelijk gemeene soorten maken een ovenvormig nest: Digitized by Google i8.

Roodborstje, Erithacus rubecula L. Op veel plaatsen roodhaar dek ev , clu. Des winters komt het vogeltje bij de huizen en het zingt: Stokken lijk mijn been, Rijshout lijk mijn teen, Breek het maar in tweenl » i?.

Dit vogelrijmpje klinkt lang, evenals de zachte gemoedelijke zang van het lieve vogeltje. Schieren i lijk mijn been! Dat in vieren, Dat zijn schieren! In mijn kwartier Maakt men veel meer vier! Rijshout» Trijshout, Stokken lijk mijn beenen! In het Westvlaamsche dierensprookje Veugeliale {R. Heerd, IV, komen de vink en de kwakkel bij de groen vink zie boven, bl. Stokken lijk mijn been! En de reste fijn hout!

Böhme, n' , A. Specht De meest verbreide soort is de Groenspecht {Picus viridis L. Iedereen, buiten, kent zijn schaterlach, die luid over weide en bosch in de vroege lente weerklinkt In het dierensprookje Van den Groenselaar en den Specht zie Joos, Vert,, I, n"" 8 zegt de specht tot den groenselaar, die om zijn geld vraagt: Spreeuw, In 't Land van Waas zingt hij in Vlaanderen: Ge weet wel waar, Ginder op den kazelaar. Heel waarschijnlijk het Kneutje [Linaria canna- bina L.

Volgens De Bo is het 't Stjske; doch in Brabant bestaat er wel degelijk verschil tusschen het syske Chrysomilris spittus L. Het tirtjntje zingt te Denderleeuw: Het kneutje, in 't Land van Waas knuiter genaamd, zingt aldaar: Tortelduif, De minnende vogel roept te Boisschot: Doet de deur toe, zoetelief!

I Op vele plaatsen is het Spiekte vr. Digitized by Google — 39 — En waarlijk dit rijmpje is zeer nabootsend, indien men de r van deur lang laat trillen. Te Michelbeke gaat het: Te Voormezele en Wijtschate zegt de geheim- zinnige vogel: Volgens Naumann is de zang: VoiGT noteert den vinkenslag als volgt: De loktoon en alarmroep van den vogel is: Te Antwerpen luidt het vinkenliedje: Ik moet nog mugjes voor mijn kleintjes vangen.

Der Urquell, II, Gelijkend in 7 Daghei, X, , waar de vink aan de spinnersen gebiedt: Twee oordjes te week! En hier en daar in West- Vlaanderen De Bo: De schoone goudgele vogel Oriolus galbula L. Te Vorst-bij-Brussel heet men hem Pee va Leef de twee e's scherplang uitgesproken. Pieters-Leeuw , wa-d-uur es 't al? Nog te Opwijk, Maxenzele: In Loquela, III, 96 heet hierom de vogel: Poepelierenhout, Es goe lepelhout. Maar abeelenhout Es nog beter hout! Digitized by Google — 44 — Boven ging de vogel naar Leeuw Denderleeuw.

Te Wieze gaat hij naar Ninove: Zijn de kersen al rijp? Peer, zet er de leer aan, Da 'k er op gaan! Op de Veluwe trekt hij naar Harderwijk: Die koften een brood Voor een groot.

Is dat niet goedkoop! Joa, dat geleuf ik! Digitized by Google — 45 — Te Liedekerke spreekt hij van een ingebeelde plaats: Da'k Lizabeth alleen hou 'k Zou ze nijpen dat ze schreön zou. Te Denderleeuw heeft hij kennis met eene we- duwe i: Die trouwt een weduwvrouw! Als kersenliefhebber zingt hij nog te Quaremont: Digitized by Google Te Zegelsem roept hij: Brood ende kaas, Dat eet hi al den dag, Daaromme es de kerel zoo daas, Hi eet des meer dan hi 's mag!

Slaat den boer z'ne kei of; Laat er nog 'n bitjen an, Dat hij nog kijken kan! Te Wieze en te Herdersem: G'haalt er eer of!

Eindelijk zingt hij eenvoudig weg, te St Lievens- Houtem: Tc Ben hier weer al! En dit Isiatste rijmpje verbeeldt juist genoeg den klaren, luidklinkenden weduwaalzang. De namen Oriolus Latijn , Galbula Lat. Zeiischrift, X, , Het vlugge winterkoninkje zingt van vuur en brandhout Verg. En wat rijshout, Wat rijshout, Wat rijshout daarbij! In ons land daar stoken ze vieren! Half houten zoo dik als mijn beenen!

En die gekloven in vieren. En daar nog veul dun hout onder! Dat brandt gelijk den donder, Donder, donder, donder! Stokken mijn bille dik En wat erwtrijs, tit-tit-tit! Het voigende, van Denderwindeke, geeft het best den klaren, luiden, frisschen zang van ons vogeltje weder: Al onzen kant maken ze vierstokken Als beenen dik-dik-dik!

Te Borne Overijsel , waar deze vogel Ncitel- könnik heet, zingt hij als volgt: En dat in dreeën kleuft Dat brandt. Digitized by Google — 50 — De schrijver ziet daarin eene toespeling een uit- zonderlijk feit nochtans op de brandnetels, waar de vogel zijn nestje bouwt. Wij eindigen deze belangrijke vogelzangstudie met den heiligen vogel, den lentebode, de Zwaluw, Het kind kent vooral: Zij zingt en prazelt, als zij met het voorjaar terug- komt: En nou is 't al verkwitteld en verkweiteld.

En nou is 't al verdestrueerd! Een tarwetas, Een winkel waar haver in was En, als mijne oogen mij niet bedriegen Dan is het al gaan vliegen. Vond ik hier nen korentas, Nen havertas, Nen vlassentas, En nu vind ik hier niet! Alles is verkwiet, Kwitter-kwetter, kwitter-kwetter, Digitized by Google — 51 — Kwiet-kwiet-kwiet! En waar is dat gebleven? Als ik deureging, Dan waren alle boerenschuren volgebouwd Van beneden tot in het kruinhout, En nou niet niet! De boeren zijn alles kwiet, kwiet.

Dan stond hier een potje met smout En een potje met boter, En nu is 't allemaal verzwitseld en verzwatseld. Een korentas, Maar als ik weere kwam, 't Was al verzwieteld en verzwateld. Waar zijn zij nu gevarrrrrren? En nu is 't alles verkwitterd, verkwetterd Dat er was! Vol tas, vol tas. En nu is alles verkwitterd, verkwetterd, Verdestruweerd! En nu allemaal verdestruweerd, weet-weet! Dan was er nen tas, nen tas, nen tas, Ne korentas, Nen terventas, Ne schelft vol vlas, En nu is 't al verkwitterd, verkwetterd.

Door 't gat gespetterd, Verdestruweerd! Maar nu is alles versnipt, En versnapt En verteêeerd Digitized by Google — 54 — Nen schelf vol vlas! En nu is 't al verdistruweerd, Wit, wit, wiet! En als ik dan weerkwam, 't Was allemaal uitgewroet. Wat voor een vuile boer is dat? Wanneer ik wegging, Zaten de schuren vol koorn; Wanneer ik wederkwam. Was alles verswieseld, verswanseld en verteerd!

De schuur is vol, De stal is vol; En als ik wederkom, Zien ik geen spier I Lenaarts, — VL, X, Ass ick wedderkam, wedderkam, Har de sparling, De dickkop, de dickkop Alles vertahrt!

Digitized by Google « Toen ik hier was, Toen ik hier was, En alles vol van hooi was, En nu is alles opgevreten, Vreten, vreten!

Mijn boterpot is uit, Mijn boterpot is uit! Hij is uit, hij is uit! Rond Aarschot kennen de kinderen een ander zwaluwrijmpje; zij zingen er als de lieve zwaluw ons verlaat: Was er nen korentarwentas, En als ik vromkwam. Was alles verkwist en verkwast! KilLvoTschentSLBJ, Buiten de vogels komen hier enkel de kikvor- schen, wier gekwaak, des avonds en des nachts, de aandacht vestigt, in aanmerking.

Te Wambeke, ook te Liedekerke heeft men een wisselzang met soli en koren. Diepe, diepe, in 't goor, in 't goor, En in de biezen. Om niet te vervriezen.

Digitized by Google b. Het vogelnest-zoeken wordt door de jongens, buiten, nog immer met lust gedaan. Alle overtui- gende reden van meester, landman of wetsverordening blijven zij in den wind slaan.

Het nestjes-uithalen en het eitjes-rooven waren van ouds een jongensliefheb- berij en zullen — het is spijtig! Dit ergerlijk lentevermaak werd sedert eeuwen men zie Ter Gouw, bl. Het eigenlijke zoeken, In de lente begint het vogelnest-zoeken. Om hierin te gelukken moet men goed de zeden en levenswijs der vogelen kennen: De Vlaamsche jongen is opmerkzaam en kent dit alles — ongelukkiglijk genoeg!

Hij kan ook een loozen nest — een nest, dien de vogel niet zal voortbouwen — onderscheiden van den echten nest, waarin de eitjes zullen gelegd worden.

Meest altijd doen twee jongens te zamen, ze doen te gare: Digitized by Google — 59 — barmen, al de boschjes, al de braamstruiken, al de gaten der boomen. Hebben de kereltjes een nest gevonden, zoo worden de eieren geroofd. Soms ook wordt dag voor dag ieder gelegd eitje, uit den nest genomen en in de plaats een rond, glad keitje gelegd, dat de kleur der eitjes min of meer vertoont en in de beek gevonden wordt. De geroofde eitjes worden uitgeblazen: Als de eieren bebroed zijn, kan men ze niet meer uitblazen; ook worden zulke eitjes niet gezocht.

Om te weten of een ei bebroed is, d. Nu worden de uitgeblazen, ledige eierdoppen op een draad gereesemd en zulk eiersnoer oi eierreesem wordt als trofee aan den schoorsteen, boven de stoof, gehangen. De jongen stelt er eilaas! Meezen en sommige andere vogels wonen in de gaten der oude tronken. Dikwijls is het hol zoo klein, dat de jongen er de hand niet kan door krijgen. Nu wordt een mikje van hout gezocht ; het wordt in het hol, met het dubbel vorktakje vooruit, gestoken, eenige malen rond gewonden en gedraaid, ten einde aldus Digitized by Google Fig.

Door dit te doen worden vele der eitjes verbrijzeld, doch hier en daar blijft er wel een geheel, dat voor het eeresnoer zal kunnen dienen I Nest en eieren nemen, heet men den vogel uittrekken ; rooven, den vogel rooven, den nest rooven is enkel de eieren stelen en den nest op zijn plaats laten. Veel vogels — vooral musschen — wonen hoog in de boomkruinen. Nu moet op den boom geklommen worden.

Ieder jongen is geen goed boomklimmer: Vele klimmers — klemmers op veel plaatsen — gebruiken het klemzeel Oosten en Zuiden van Oost- Vlaanderen , de klemkoorde De Bo , de kleferkoord Corn.

Met zulk klemzeel kan men gemak- kelijk en zeer hoog klimmen, de uitsteeksels en hob- beligheden der boomschors houden het door beide voeten gespannen zeel tegen en beletten dat de klim- mer opnieuw naar beneden glijde. Is de boom zeer dik en kan de klimmer hem met beide armen niet overpakken omarmen , zoo wordt de Fig.

Klem- zeel rond de voeten gewonden. Digitized by Google — 6i — boom, door middel van een dikkere koord, die stevig in de twee handen wordt genomen, omvangen. Sommige klimmers gebruiken, evenals de snoeiers, sporen, d.

De Bo heet ze: Geldt het een vogelsoort, die lief zingt en gemakkelijk in kooien kan worden opgekweekt b. De eitjes worden uitge- broed, en de jonge vogels worden, als zij op het punt zijn hun nest te verlaten en weg te vliegen, naar huis medegenomen en in eene kooi gezet.

De vogel maakt, d. Zie ook De Bo. Nest dragen, De Bo. Wordt gezeid van vogelen, die met hooi, woUe, haar, pluimen, enz. De vogel woont in een hol, in den barm, onder een grashoop, enz. De eitjes nemen en den nest laten. Op de eieren zitten.

Bebroede, bebroeide eieren zijn eieren met min of meer ontwikkelde kiem. Uit de eierschaal komen, Fr. Men zegt ook uitkippen. Nesteu Het keisteenlje, dat in den nest, in de plaats van het geroofde ei gelegd wordt om den vogel te bedrie- gen. Ook gezeid van het hennenei, dat men in den nest laat liggen. Platte jongskes, Drogenbosch, Land van Aalst en wel elders. Jongskes, die nog geene pluimen hebben.

Zuiden van Oost- Vlaanderen. De jongskes zijn gestekt of gestokt, als de jonge pluimpjes, als stekjes of slokjes, uit de huid te voor- schijn komen.

Duvels haar, doeivelshaar i. Het eerste dons van jonge vogels. Schuermans illustreert het door dezen volzin: Die vog eiken s hebben nog duvelshaar, haal ze nog niet uil Brabant en Limburg. Digitized by Google - 63 - knapen vogeljongskes te vinden, om ze dien dag op te smullen. Men zegt dit, als de jongskes gansch bevederd zijn en gereed om uit den nest te vliegen.

Volucer, volatilis, volatui maturus, pennipotens. De vogel is uitgeleed, als al de jongskes zijn weg- gevlogen en de nest ledig is. De kakkernest blijft het laatst over. Zegelsem; De Bo en Joos. Land van Aalst; ook bij Joos. Kakkenesken, kaknestje, Brabant, Schuermans.

Het is de laatst uitgekipte vogel, die ook het minst ontwikkeld is en het laatst den nest verlaat. Kackert, Kack-in-nest, Kack-kert, Kackaerd. Hij omschrijft als volgt: Die vogel is verhaat: Hij haat, verhaat zijn nest! Digitized by Google - 6j - Ver haat ei, o.

Als men nest en eitjes wegneemt, gebeurt het dat de vogel op de plaats een laatste ei legt, omdat hij misschien den tijd niet gevonden heeft om een nieuwen nest te bouwen. Dit ei heet een verhaatei! Het kind dat een vogel weet wonen, zingt te Orsmaal: Ik weet ne vogelnest; De vogelkes zullen gaan vliegen, Maar 't moerken weet het best!

Mijn lief vogelken, ge blijft hie! Digitized by Google Eindelijk, ziehier een VogeUvaderons: E vogelken me zwarte pluimen En ne gelen bek. Ekster bont zit op den boom Met de merel schoon. Mijne God van hierboven, Ik kom om u te loven, Da'k mag vinden al die vogelen, 't Zij klein, 't zij groot.

Eer ik sterf de bittere dood. De eikens uit den nest Zijn wel goed. Maar de jongskes uit den nest Zijn toch best. Een vogel met grijze pluimen En met nen zwarten bek. De heer die riep van boven Om hem te loven. Hij roept al de vogels uit den nest, En in 't buiksken zijn ze best, En de vogels weunen in 't gemeen, En die ze uittrekt, heeft ze alleen.

Wie den VogeUvaderons kent en leest, is verzekerd veel vogels te zullen vinden. Te Hundelgem bij Zottegem gaan al de kinderen op St. In het Land van Aalst zeggen de knapen: Het is vooral bij het vogelnest-zoeken, of het nest-uittrekken, b.

Het werd toch ook gedaan bij het fruit-stelen en om over een muur te geraken, enz. Boeilsen iemand , Assche. Bok eenen zetten, Oost- Vlaanderen, Scn. Schoere schouder , schoerken staan. Steune, steuntje staan, Zegelsem. Faire la courte échelle, c. Ons doel is niet een verhandeling over de vogelarij te schrijven. Wij willen hier enkel geven al wat echte kindervogelvangst is: Hier mag het een en ander gezegd worden over het volgende: Lijmaar tj es leggen i.

Men neemt tarwaartjes, waarvan de steel omtrent 20 cm. Men bestrijkt deze met lijm vogellijm en men legt deze Itjmaarkes op plaatsen, waar mus- schen, vinken, enz. De vogeltjes komen de graantjes uitpikken, doch het lijmaarke kleeft aan hun pluim, vlerk of pootje en belet hun weder op te vliegen.

Het is een winterlust: Digitized by Google — 68 — Ltjmauwe, vr. Lijmstok, lijmroede, lijmgarde, lijmstang, Van Dale. Doch de lijmstang is niet het lijmaartje, Chomel beschrijft den lymsteng als volgt: Vogellijm, van Hulstschors en -bladeren gemaakt, die men heeft laten rotten en men met noten olie en taaie terpentijn gemengd heeft tamelijk dik zijn bestreeken, zodanig dat de steng met Rijsjes een Boom met takken vertoont; dan de Rijsjes moeten er maar heel los in steeken, op dat wanneer een Vogel daarop gaat zitten, het Rijsje nederwaarts buigt, waardoor de Vogel, denkende te vallen, zijn vleugels uitspreid, en die behalven zijn Pooten als dan met Lijm besmet worden Soms benuttigt men hiertoe musch en uil.

De kinderen pieren vogels met: Hij heeft den vorm van een afgeknot prisma fig. Men stelt den bak schuins opeen stokje of op een liniaal, dat recht staat en waaraan een koord is vastgemaakt. Een verborgen jongen houdt deze koord in de hand. Komen de musschen, de botvinken of andere vogeltjes onder den wanmolenbak het voedsel zoeker, zoo trekt de jongen met de koord het steunstokje weg en de vogels zitten gevangen.

Zegelsem en wel elders. Ziehier hoe zij de piere maken: Digitized by Google — 70 — elkander zoodanig dat twee hoeklijncn elkander raken; men bekomt aldus een soort van huisje fig. Op ditzelfde uiteinde van het mikje zet men alsdan, verti- kaal, met het scherpe puntje, het rolronde stokje ; het andere uiteinde ondersteunt den schuins liggen- den tichel, die ook op den tegenoverge- stelden steen rust. In de piere worden graantjes gelegd; rondom op de sneeuw, strooit men kaf.

Komt nu musch of vink in de piere om het graan op te pikken, zoo verroert de vogel het mikje en de tichel klapt neder: Digitized by Google — 71 — Namen. In het kip zitten.

Zie ook Van Dale, die het woord vrouwelijk maakt. JUNius heeft ook knippe, bl. Want in knippen wtgehangen Wert de vrolyckheyt gevangen. Door als een geluyt gelockt, Wert het in 't verderf gehoekt. Ons gezonden uit Schaarbeek. Doch het minkijzer voetangel, voetklem, voetijzer, wolfs- Digitized by Google angel, wolfsklem, wolfsijzer, ons wolvenifzer is gansch wat anders.

Kiliaan reeds beschrijft het: Dit bestaat uit twee halve cirkels van ijzerdraad, die door middel van een diameter met springveer over elkander toegeslagen worden. Een ijzeren haakje of til, aan die veer vast en waarop een stukje brood wordt bevestigd, benevens het U-vormig uitsteeksel van den doormeter, van een sluitijzertje voorzien, dienen om de twee halve cirkels van elkander verwijderd te houden en zoo tot een cirkel te maken, — den vogel tot een strik.

Bijt de vogel aan het brood, zoo slaan de twee cirkels toe, en gemeenlijk zit hij er tusschen geprangd. De jongen legt het ijzer derwijze in het mul, dat het stukje brood alleen zichtbaar blijft. KiLlAAN heeft piere, c fland, », doch niet juist in dezelfde beteekenis ; hij vertaalt: Decipulum, decipula, transenna ». Stee n kot, o. Hamme, Dendermonde, Digitized by Google - 73 — Val, vr. Men zegt de piere zetten, bij Van Dale de knip opzetten, 3.

In de lente, als het sap begint te vloeien, weten de kinderen gemakkelijk de schors van dikke afge- snoeide populiertwijgen los te krijgen. Zij snijden met een scherp mes, in die twijgen, twee diepe, evenwijdige kringen, die dwars door de schors tot op het hout komen en een voet of meer van elkander verwijderd zijn.

Daarna trekken zij, immer met het mes, van den eenen kring tot den anderen een rechte, diepe insnede. Vervolgens kloppen zij lang en herhaaldelijk met den hecht van hun mes op de schors.

Deze komt zoo langzaam los en kan van het hout gescheiden worden. De jongens hebben aldus eene rompe fig. Zij steken nu, op elk uiteinde der buis, kruisgewijs twee stokjes en maken de openingen met een weinig hooi toe. Omtrent het midden van den cylinder snijden Fig. Digitized by Google - 74 - zij een rond hol, groot genoeg om er de musschen soms wel spreeuwen door te laten. De rompe wordt op een appelaar of eenig anderen fruitboom van den boomgaard vastgebonden.

De vogels komen er in wonen en worden aldus gemak- kelijk met hun broedsel, door de jongens geknipt Zegelsem. An leren leggen oude potten, kannen, koffiekan- nen, kannebuizen draineerbuizen , zoogenaamde mus- schenpotten zie Van Dale met hetzelfde doel op de fruitboomen van hunnen boomgaard. De jongens sluiten de vogels in kooien op.

Zij maken deze zelf, of gebruiken hiertoe sigaren- kistjes, enz. Meer over die kooien schrijven, zoude ons buiten ons gebied leiden. Het werd vroeger wel meer gedaan, ook des win- ters, dan nu. In onze jaugd hebben wij het door jongens menigmaal zien doen. Ook uit Turnhout zond men ons mededeelingen over die jongenspret. Wij geven het woord aan Chomel, Huish, Wbd,, , die zelfs een heel schoone plaat van B. DE Bakker opneemt, welke het winter- spelletje voorstelt: Die zich op deeze Jagt een weinig ver- Fig.

Staan, vangen er veel, want men kan van deeze peperhuizen op verscheidene mesthoopen steeken ; en zelfs op de boomen, waar op men ze ziet rusten, en op nieuw opgemaakt land. Daer is dan een gauwe jongen Die op desen handel past, Thyrsis komt oock uyt gesprongen, En hy eet sijn eygen gast. Vo£ els-slaan, liet wordt door grooie jongens, ook toch door volwassenen gedaan. Des winters, ook laat in den herfst, als de bladeren gevallen zijn, doch op de haagtronken — op haag- beuken en beuken vooral — nog eenig dor rood loover staat, zoeken de musschen en botvinken hieronder tegen de bijtende vorst eene schuilplaats.

De jongens weten dit, trekken naar die hagen met een brandende lantaarn, verschrikken de arme vogeltjes, die uit de haag en naar het licht vliegen, waar zij, zooveel mogelijk, door stokken worden doodgeslagen. Dat heet men vogels-slaan ; de jongens zijn vogeU sla g ers. Een enkel woord hierover. De jongens schieten naar de vogels met: Vogels temmen of tam maken. De kinderen temmen inzonderheid: Kraaien ; Groenvinken, enz.

Over tamme groen vinken hier wat meer: De groenvink Ligurinus chloris 2 is in ons land gemeen genoeg. Men leert hem Vorst-bij-Brussel, Lier, Turnhout en wel elders op de kruk zitten.

De vogelkfuk is een stokje van twee tot vier deci- meters lang met een dwarshoutje, zoodat het geheel niet slecht op eene kruk gelijkt. Rond de gioenvink — rond den buik, onder de vleugels — doet men een soort van gareel r— de broek, zegt men — en aan dit gareel een touwtje. Soms doet men het touwtje aan een pootje vast, doch alsdan wordt het voor den vogel een wreed martelspel. Dit touwtje wordt aan de fU- ». Nu leert men den vogel opvliegen en terug op de kruk nederzijgen, bij het minste snokje, dat men aan het koordje geeft.

Het touwtje kan zeer lang zijn. Arduintje is een Bnibantsch woord voor dien vogel. Digitized by Google Ook in Holland is dit lemspelletje bekend.

Zie Ter Gouw, Vogel op de kruk. Zoo schrijft Van Dale op kruk: Zie ook bij Van Dale, Vogelkruk, Cats bedoelt de vogelkruk, als hij rijmt: Digitized by Google — 19 — 9. Men zegt lachend tot het kleine kind dat een vogel, die op den grond zit, verlangt te vangen, dat het een weinig zout op zijnen staart moet leggen!

Onfeilbaar is zulk vangmiddeltje! Zeer weinig van alles wat de Vischvangst betreft, mag hier, in onze verhandeling, een plaatsje vinden. Kinderen visschen gaarne met de lyn of hengel- roede. Men ziet ze des zomers overal aan vaarten en vijvers.

Het is en blijft toch een mannenwerk. Calom n' XXIX schrijft: Een echte kinderlust is het Vangen van stekelbaarsjes. Zij vangen deze kleine visschjes door middel van holsblok, schotel of pan. Zij houden ze levend in een ketel tj e met frisch water opgevuld. Ook heeft het diertje, bij de kinderen, veel namen.

Baa r ske, o. Digitized by Google — 8o -- Kraaihlick, m. Siekelbak, stekelbakske, Land van Waas VT. Land van Oudenaarde VT. Deze martelspelen verschaffen hun lust en genoe- gen. Zij weten niet wat zij doen, en medelijden kennen de bengels niet: En juist daarom meenen wij, dat, ter wille van de volledigheid, die wij getracht hebben te bereiken, deze martelspelletjes hier mogen behandeld worden. Kinderen hebben genot, als ze dieren kunnen slaan, stooten, stampen; Als ze er kunnen met steenen, aardklompen naar werpen.

Bepaaldelijk teekenden wij op: Er naar smijten met steenen; Digitized by Google — Si — Ze in het water gooien en ze beletten aan wal te geraken, zoodat de arme dieren verdrinken moeten ; Een oude kasserool, moor of een stuk stoofbuis aan hunnen staart binden en daarna het dier doen voorthollen!

Er achter draven in weide en meersch, ze aldus schrik aanjagen; De koe begint alsdan te bijzen biezen of bissen , 4. EzeL Het beest aframmelen; Peper in zijn aars steken, ten einde het dier te doen slaan en voorthollen! Een ijzeren draad door den snuit van een gevan- gen mol steken, dien draad een weinig omkrommen en vervolgens het dier zich in den grond laten dood- wroeten!

Als hij zich ter verdediging heeft opgerold, hem in een water rollen en stampen, waar het beest alsdan verdrinkt.

De jongens giegelen het uit van pret, als het beestje den kleinen snuit weer bloot maakt. Ze levend met opgesperde vlerken op deur, poort of boom nagelen, en ze daarna heel langzaam laten sterven.

Ja, Ter Gouw bl. Met uitgespreide vlerken spijkerden zij haar aan een boom, met een stukje spek boven den kop, dat het arme dier niet bereiken kon, zoodat het onder den geur van 't lekkere hapje den hongerdood stierf! Rat of roL Het roijesbranden beschrijft Ter Gouav bl. Een gevangen rot werd met stroo omwonden en met pek, teer en zwavel besmeerd.

Dit werd in brand gestoken en de rot losgelaten. Het angstige dier vloog links en rechts, en bragt de heele buurt in opschud- ding. Vrouwen met bezems, meiden met luiwagens, de snijder met zijn parsplank, de aardappelman met zijn schop, de melkboer met zijn juk — allen schoten toe, en dreven met vereende magt de rot in de gracht; waar zij nog eenigen tijd brandende ronddreef, terwijl brug en wallekant vol kijkers stonden.

Ja, de vuur- werkmakers namen er zelfs een model aan, en maakten ook rotjes om op het water te branden. Het was ijselijk hoe de diertjes piepten en schreeuwden en tegen het deksel sprongen — doch de guiten lachten er harte- lijk om! Kikvorsch oipuit te Zegelsem puid, mv. Ze doodgooien, doodstampen, doodslaan met stokken. Ja, wij hebben zelfs met die puiten zien kaatsen!

Insecten en andere kleine diertjes. Bombus , in Vlaanderen meer hurzel huzzel geheeten. De kinderen zoeken ze ijverig. Als het diertje in een holletje kruipt of op een bloem zuigt, wordt het doodgeslagen of gestampt; de guit neemt het daarna met voorzichtigheid vast, want de angel wil en kan nog steken, rukt kop en thorax van het achterlijf; tusschen beide deelen ligt gewoonlijk een druppel honig, dien de jongen met lust opzuigt.

Te Wambeke vervolgen de jongens bieën en hom- mels met dit rijmpje: Zijn gat stond open! Daar kwam een heuzelken ingekropen, En hoe meer da Kobeke sprong, Hoe meer dat heuzelke zong! Ze worden gevangen en in doosjes gezet; of hunne pootjes worden uitgerukt. Kapellen c werden met hun vijfentwintigen aan een draad geregen, om zoo, aan de hand van een kwajongen, zich dood te fladderen Digitized by Google - 84 - 4° Vliegen, Gevangen vliegen worden in een doosje gesloten, dat in het deksel een opening heeft; vervolgens lang- zaam en omzichtig, éen voor éen, weer uitgelaten.

Vliegen werden de vlerken uitgerukt en aan een papieren wagentje of sleetje gespannen! En daarin hebben « die kleine Barbaren nog wel een Romein- schen Keizer tot voorganger gehad! Met spelden tracht men ze aan den wand te door- boren. Te Molenbeek-Brussel zagen wij op het papier teekeningen maken met het roode oogvocht der vliegen I Vliegen doen exerceeren, Eene naald wordt met het oog in een kurkje gedrukt; eene vlieg wordt gevangen, haar vleugels worden uitgerukt en men steekt het insect met het achterlijf in de speldepunt en in hare spartelende pootjes steekt men een fijn, licht stukje van een solferstek, dat aan beide uiteinden een zeer licht bol- letje van een raap of iets dergelijks draagt.

Zonder die bolletjes laat de vlieg, die haar geweer tusschen de pootjes heen en weer schuift, het weldra vallen. De slijkvlieg Eristalus , meer Hetnelbie Zegel- sem , Slrontbie Drogenbosch geheeten, wordt ook niet gespaard.

De kinderen kennen zeer goed deze soort van vlieg, die wonderwel op de bie gelijkt, doch enkel twee vleugels en geen angel bezit. Zij vangen ze, vooral op de pissebloemen, steken ze in doosjes, waar men ze hoort brommen en zij lang- zaam sterven. Martelspelletjes met meikevers zijn: Nu nijpt men het onderdeel van een achterpoot van den meikever weg, en in de overgebleven stomp steekt men de punt der speld, zoodat ze tot bij het achterlijf van 'l diertje doordringt.

Dit begint te vliegen en draait steeds als een meuleke rond het stokje, dat de jongen in de hand houdt Het kind zingt: Morgen komt Machielken, En komt Machielken morgen niet, Hij en komt van heel zij' leven niet! Taupins, insect van de groep Elateriden. De kinderen kennen zeer goed deze harde kerf- dieren, soort van kevers, die, op de palm der hand op hunnen rug gelegd zijnde, met een wip omhoog- springen, trachten op hunne pooten terecht te komen en daarna ijlings wegloopen.

Digitized by Google — 86 — Te Molenbeek- Brussel heet men ze: De kinderen leggen ze ruggelings op hunne hand- palm en roepen als het diertje opwipt: Het gemeene diertje, een soort van spin met half- sfeervormig lichaam en zeer lange pooten, draagt in de kinderwereld verschillende namen. We geven er hier eenige op: Antwerpen VK, I, Digitized by Google - Overal vermaken zich de kinderen, jongens en meisjes, met de pooten van het dier uit te rukken.

Deze pooten bewegen zich lang nog na dit martelwerk, en deze bewegingen worden als een soort orakel geraadpleegd. Of ik trek uw langste beentjen uit! Of ik trek uw eerste pootjen uit! Wijs mijn huis, Of ik trek uw tweede pootjen uit!

Te Waarbeke luidt het: Gij moet mijn wegelken wijzen. Van hier naar Brussel, Van hier naar huis. Wijs mijn huis, Of ik trek uw leste pootjen uit! Wijs mij den weg naar Brussel, Anders trek ik uw langste been uit! Zoo wijst ze, zeggen de kinderen, waar hare schaapkens zijn. Heft zij geen poot op, dan wordt ze gedood Joos. Hare hoorntjes worden met een spade afgesneden. Het overige van onzen oogst, op het kinderspeel- veld gegaard en dat met het dier in verband staat, hebben wij alphabetischerwijze geschikt, na evenwel de volgende ondergroepen aangenomen te hebben: Digitized by Google z.

Ofschoon wij de sprookjesliteratuur in ons werk niet hebben aangeraakt, toch hebben wij gemeend eenige bijzondere dierensprookjes niet te mogen aan kant schuiven: Digitized by Google — 90 — Een ander, doch korter: Hond, 1° De hond speelt een groote rol i in het kinder- leven. De kleine streelt hem, wascht hem, doet hem baden ; Leert hem springen, aanbrengen, andere toertjes; Spant hem in wagentjes; Gaat er mede wandelen, leidt hem aan een leisnoer; Doet zijn gebas na; Zit er op te paard; Hitst hem op tegen dier en mensch, ja, smijt er naar met steen en stok of martelt hem op andere wijze zie boven.

Zijn stertje was af en zijn poepeke was bloot! Das verkehr mit diesen Thieren wird desto grösser und inniger gewesen sein, je weniger der bunte Kindertand derjetzzeit damals bekannt war ». De schrijver spreekt over de Middeleeuwen.

Digitized by Google — gi — Dor kwam-der Jan den temmerman: Hi temmerdege da hondje zij stertjen ani En as da hondje ze stertje was aangedaan, Dan zei Jan-jan den temmerman: Kust den dienen die 't er achter hangt! Of, zeer gewoon, in plaats van de laatste twee verzen: Om 't hondje te bedriegen.

Te Nevele lag het hondeken in de biezen dood: En die hondekens schreiden traantjes ter , Pikkelbeentjes groot. En die hondekens kregen een schotelken Met gebrokkeld wittebrood Museum', , II, Digitized by Google — 92 -- Elders vallen hond en kat samen in 't water: En 'k sta daarin versteld! Negen dagen blind Is een hondskind! Zie hier Haan, 4. G'het ons kindje zeer gedaan!

G'het nen halven stokvisch g'eten En nen heelen abberdaan! Aalst en Land van Waas. Minnekepoes, gij hebt gedaan, Ge kunt maar op een ander elders gaan! Elders komt een ander, maar toch verwant kat- rijmpje voor: Gij zult krijgen een groote roei. De kat viel in de kom, De kom viel in twee, De kat lag in zee; De zee barstte open, De kat was verzopen! Te Denderleeuw luidt het: Ons kat sprong op een stelselken.

Het stelselken viel in; Ons kat was de kop in! Is ze nog niet dood, Geef ze een korstje brood! Is ze nog niet koud, Geef ze een beetje zout!

Is ze nog niet zat. Geef ze nen schop onder heur gat! Digitized by Google — 95 - Te Liedekerke: Geef ze een köstjen brood; Is ze nog niet zat, Giet ze 'n scheut janevel i in heur gat! De kat viel van de zei zulle. De zei viel af, En de kat beuren kop af! In Oost- Vlaanderen hoort men nog: Onzes dunkens is 't een eenvoudig paaisprookje, dat ook te Overwinden bekend is: De kat lag in de koem ; De koem beste open: En de kat was verzopen!

Een ander historietje uit Huisingen: De kat zat op de koord. De rat zat aan het brood, De muis zat in 't schap, Tot spijt van de valsche kat! Tantiter, tantiter, Van kropsalaai en ander goed.

En wilde mij niet gelooven, O!




Kale kutjes kijken sexmethond

  • GANGBANG AFSPRAAK GRATIS SEKSADVERTENTIES
  • Pjes stijve klit
  • 252
  • 822





Lekkere geile massage sex gezocht


De kat viel van de zei zulle. De zei viel af, En de kat beuren kop af! In Oost- Vlaanderen hoort men nog: Onzes dunkens is 't een eenvoudig paaisprookje, dat ook te Overwinden bekend is: De kat lag in de koem ; De koem beste open: En de kat was verzopen! Een ander historietje uit Huisingen: De kat zat op de koord. De rat zat aan het brood, De muis zat in 't schap, Tot spijt van de valsche kat!

Tantiter, tantiter, Van kropsalaai en ander goed. En wilde mij niet gelooven, O! En te Zolder, doch het klinkt meer geleerd: De kat die stak de stert in 't vuur; De stert begost te krollen. De kat begost te lollen! Hebt ge hem niet hooren polsen! Digitized by Google Iladt ge hem met zijn stertjen gepakt, Hij ware niet verdronken! Een leugenliedje op de koe: En ik ging dei beestjen 't huid afdoen, En ik hong het huid op mijnen stok En ik trok daarmee naar Allewaar op; Als ik tot Allewaar kwam, Daar stond een koe, een groote koe.

Een koe met lêeren tanden; Die koe scheet boter met g'heele manden. Schijnt gezongen te worden, blijkens het bis der laatste verzen. Zie VL, Vm, Digitized by Google — 99 — Hier volgt alles wat het koewachtersleven ons schonk. Daar de stof nog al uitgebreid is, zullen wij ze behandelen als volgt: De koewachters hebben als wapen en speeltuig de zweep, waarmede zij hunne koeien voortdrijven en zich verlustigen.

Zij heeft de volgende namen: Cachoire, Watou Loqurla, IX, Djak, djakke, dzakke, Oost- en West- Vlaanderen. Ook bij De Bo, Joos, Sleeckx. Het ware interessant die lijn te kennen. Her- dersem en Lebbeke kennen beide woorden. Digitized by Google — — Klakke, vr. Hij brengt het tot het Gal. Klaksoor, klaksoore, De Bo. Zegelsem — Doch meest gebruikt voor paardezweep lange.

Zie beneden soorten van zweepen. Kletsoor, Van Dale, die het omschrijft door: Kiliaan heeft het woord voor: Ook JuNiUS, die kletsoire schrijft. Herdersem, Moorsel, Wieze, Denderbelle, Lebbeke. Digitized by Google — lOI — Smik, vr.

Wdb, De meest algemeene naam. De eenvoudige kinderzweep, liever zweepje, be- staande uit een stokje en een koordje; De topzweep. De echte koewachterszweep, welke wij verder breed- voerig beschrijven; De paardezweep — peerdedjakke, kartonszweep, kletsoore — met langen steel, welke door paarden- leiders gebruikt wordt; Het ruiterzweepke, zeer kort, enkel door ruiters gebezigd ; De kattedjakke, kleine zweep, welke in den hoek van den haard hangt en dient om de katten uit de keuken te jagen ; het is soms een klein ketlingje aan een steel vastgehecht; De biezen djakke, welke de jongens uit biezen zie aldaar vlechten; De keperdjak, de keperdjek, een gekeperde zweep Land van Dendermonde, VL, XI, Zie beneden ; De kogeldjak, een djak of djek , waar knoopen in gelegd zijn Land van Dendermonde, Idem ; Een tweeluik, drtjluik, vierluik, djak, die uil twee, drie of vier luiken zie beneden bestaat Land van Dendermonde, Idem.

Digitized by Google — — 3° Deden der koeivachiersziveep. Zegelsem, Asper VT, V, B Deelen van den steel.

Hij is kort, vier tot vijf decimeters lang, éen centi- meter dik, van taai hout. Het is een kleine insnede op een der uiteinden, waarin men het hangsel stropt.

Men zegt ook het kertje Zegelsem. Het kopke, het hoofdeke. Het uiteinde van den steel, dicht bij het halzeke Zegelsem. De lengte der djakke hangt af van de kracht en de behendigheid van den koewachter. De langste djakken geven de schoonste slagen ; maar het klink- snoer komt, in zulk geval, wel eens in het gelaat van den onbehendigen speler terecht.

De djakke wordt, van den steel aan, dunner en dunner; het dikste deel heeft ongeveer de dikte en de lengte van den steel. Zij wordt uit vlas of uit kemp vervaardigd. Zij heeft de volgende onder- deden: A Hei hangsel Zegelsem, Asper. Het is een dubbel koordje, waarmede de djakke aan het hal- zeke wordt vastgeknoopt, liever vastgestropt Namen.

Asper, Zegelsem, Hangzeel, o. A' Keten of lijf. Het dikste der djakke heet: Het is gekeperd, alsdan heet men het, het. Of getrokken, alsdan zegt men het getrokkenc.

Als de zweep volledig is, heeft zij een slag, die uit een drtjslag en een Iwec- slag bestaat. Soms bestaat enkel de tweeslag of een- voudig weg de slag. De drtjslag heeft drie koordjes, die tot éen koord zijn samengevlochten. De tweeslag is dunner dan de drtjslag, deze dunner dan de keten. De tweeslag bestaat uit twee ineenge- vlochten koordjes. Voor De Bo, die geen dry slag kent, is de tiveeslag: De tweeslag heet nog voetje bij De Bo. Het klinksnoer of klenksnoer is het dunne eind- koordje, dat den slag moet geven.

Klap, GalléE bij kasjón, Klapkoorde, vr. De Bo bij voorsnoer en keten. Vorst-bij -Brussel, Denderleeuw, Aalst, Ninove en omstreken.

Digitized by Google — I05 — Klatschool met Hgd. Ook Loguela, IX, Ongeveer een voet lang, zegt de schrijver. Voorsnoer, o De Bo. Het klinksnoer heeft aan het uiteinde een knoopke Zegelsem en een pluitne Zegelsem. Jlet knoopke moet beletten, dat het klinksnoer, door het djakken niet teenemaal losgerake. De pluime is het loshangende, ongevlochten eind- kwastje van het klinksnoer. Het is de pluime, die den klap voortbrengt. Zij verslijt, wordt immer korter en, als zij te kort is, moet het knoopke hooger gelegd worden.

Asper VT , Zegelsem. Freluche de la mêeke. De algeraeene naam, welken men voor dit werk bezigt, is vlechten: Doch er bestaan verschillende manieren van vlechten en die moeten hier beschreven worden.

Digitized by Google — io6 — a Vooreerst wordt het noodige vlas kemp in het Land van Waas gekozen; het wordt goed gereinigd, vervolgens maakt men er spcckselingen van. Asper, VT, V, 38 zijn: Van- daar de naam.

Met die speekselingen bekomt men twee, drie of meer strengen 2ie de Wdb. Er zijn zweepen van zestien strengen! Hoe meer strengen, hoe moeilijker het werk wordt, doch ook hoe heerlijker de djakke is! Andere namen der strenge: Luik, Land van Dendermonde.

Hij spreekt van djakken van acht tot tien schinkels. Door middel van die strengen legt men, trekt men of kepert men de djakke. B Leggen, Dit is de eenvoudigste manier. Twee, drie of meer. Aan zulke djakke hecht de jongen niet veel waarde. Bij De Bo is leggen: De Bo heeft nog platleggen, dat hij als volgt omschrijft: De drieslag, de tweeslag worden gelegd, gevlochten, gebreid, C Trekken, Het trekken wordt juist genoeg in Volk en Taal, V, 38, beschreven: Nu wordt de buitenstreng van 't rechtergroepje te midden door het linkergroepje geleid om vervolgens de eerste der binnenstrengen van haar groepje te komen zijn; de buitenstreng van het linkergroepje gelijkelijk door het rechter — en zoo gaat het werk voort altijd afwis- selend tusschen de rechter- en de linkerbuitenstreng.

Indien echter 't getal strengen wat groot is, verlegt men met de buitenstreng tevens ook de naastliggende, zoodat men dan altijd met twee strengen werkt, gelijk in 't eerste geval met eene. Alles goed gesloten of toegetrokken vormt men aldus een regelmatige, vier- kante zweep.

Men trekt als hierboven beschreven staat, doch rond een min of meer dikke koord, die dus de kern der djakke vormt. Het keperen bestaat in 't herhalen van dees werk, zoodanig dat elke strenge beurtelings dient om als ooge gezet, om rond de ooge geleid en om door de ooge gestoken te worden.

Kippelen; en in klafsuè'r kip' pele: Hij beschrijft het werk bij knokken: Om te knokken neemt men op éénmaal drie schinkels die men ineen strengelt 1 Men kan er wel meer gebruiken. Digitized by Google — log — en vast toehaalt ; dan neemt men eenen vierden schin- kel en hem voegende bij de twee laatste van de drie voorgaande die reeds geknokt zijn, strengelt men deze drie wederom ineen op dezelfde wijze; dan neemt men den vijfden schinkel en hem insgelijks voegende bij de twee laatste van de voorgaande, strengelt men ze alweer op dezelfde wijs; en aldus gedurig voort rond, tot dat de keten voltrokken is.

Hoe menigvuldiger en hoe dikker de schinkels zijn, waar- mede men knokt, hoc dikker en hoe zwaarder ook de zweep zal zijn, die men knokt.

Te Itegem spreekt men van: Een klets te vlechten, als het met twee draden is; Een kleis te schakelen, met drie draden ; Een kleis te sltnderen, met vier draden. Koordkneukelen is, te Hoogstraten, op de kneu- kels vlechten.

Zie ook Kncukelen bij Corn. Zie de plaatsnamen bij Djakkc, Djekken, Dendermonde en omstr. Jakken, De Bo, Schueraians. Klakken met de zweep , Van Dale. Peertsen, Klein Brabant; Kapellen Schuerm. Zweepen, Itegem; Van Dale. Zweepklappen, Ter Gouw, bl. Het lied der djak wordt door de koeters uit het Land van Waas aldus vertaald: B Bijzondere manieren van djakken. De meest gebruikte djakwijze bestaat in arm en zweep omhoog te steken, daarna ze met machtigen zwaai naar beneden te zwieren.

Dit is het gewone djakken der kinderen. Eene hand is hiertoe voldoende en veel vaardigheid wordt niet vereischt. Met korten zwaai, lichtekens de zweep naar voren werpen en aldus een lichten slag voortbrengen. De djakke wordt eerst vooruitgezwierd, daarna terzijde gerukt en zóo klapt ze. Digitized by Google — III — Het is de gewone djakwijze der koewachters ; de slag is zoo luid mogelijk. Boven den kop djakken. De steel wordt met beide handen vastgenomen, de djakke heen en weer geslingerd boven het hoofd en bij elke slingering hoort men een slag.

Het is de kunstigste manier van djakken. Er zijn koewachters, die verscheidene minuten lang boven het hoofd kunnen djakken. Dit is slaan met de djakke of zweep, op den ezel, het paard of de koe, soms ook wel op een mensch; de djakke brengt geen klap voort. Als men maar eens slaat, geeft men nen kap.

Te Brussel zegt men voor kappen eenvoudig klas» jen; bij Tuerlinckx en Rutten: De koewachlers djakken soms om het luidst, om het meest, om het langst. Van dit wedspel komt de Aalstersche uitdrukking klasjoor geven.

Er wordt ook met djakken gescherminkeld. Digitized by Google — — Aanmerkingen. Kletteren, Land van Dendermonde VL. De djek klettert, d. Wordt ook gebruikt voor het geluid zelf: Het geluid der djakke heet: Klap, slag, Van Dale. Klus, klets, klitsklets, Van Dale. Van Dale, doch het is alsdan een herhaald geluid. Hiervoor ook Geklitsklets, Slag, Herdersem. Overschelde is de naam voor die gemeenten; het woord wordt op beide oevers gebruikt. De inwo- ners van Nederzwalm b.

De koelers koewachters van de meerschen, aan beide oevers gelegen, roepen elkander spottend toe: Ze rijden met koeien en paarden uit. Koeien met bonte plekken! De duvel zal ze rekken! Geef dat beestje een beetje wulgenbrood. Ze bijten al de duvels dood! Ze rijden op een papieren peerd; Digitized by Google — — Ze maken nen hoed van biezen; Al waar dat ze gaan of staan, Ze zijn bekend voor dieven! Legt er nog een bootje bij: Ga, slaapt er mee!

Ze staan er op de markt mee te koope! Ze rijden met koeien en peerden uit. Van hier tot Gaver-brugge Met elk nen ijzeren klippel op huldren rugge!

Doch Volkskunde, I, , geeft het wel juister: Ze rijen mee koeien veur peerden uit. Koeien mee bonte plekken, Den duvel zal ze komen lekken! Ze hebben heien en bosschen rondgewrut gewroet , Ruttekentut! Boerin, zet e penneke pap aon 't vier.

Want de kalverhueër is hier! Daar vliegen honderdduizend duivels uit! Hoe hooge zit de zunne wel? Hoe hoog zit de zon wel? Digitized by Google — — Te Michelbeke, roept men tot den koewachter, wiens koeien in den akker, in stee van in de wei, staan: Kijkt wor da ou koeën ween!

Ou koeön ween op 't mijne: Elk op 't zijne! Zijn koeien zitten in 't algeraeene; En arië, arië guut, Z'en zijnder nog niet uut! De ariau-j , m. Zie ook aliba, alliba en aleba léalouw, léalouw roepen en lealouwen. De koewachters uit het Land van Waas zingen, bij het genaken der hofstee: En al gauw, al gauw, al gauw! Den ariauw der koewachters van Geluwe geven wij hier: Mijn geld is op En ik weet geen raad: Ik word soldaat, Jawo! De koewachtersroep uit Kl.

Dezen zangroep gebruiken de koewachters om elkander te verwittigen, dat zij iets te zeggen of te vragen hebben, en zoo houden zij van verre een zin- gend gesprek, altijd op den toon van den roep. Es Keubke nog dó? Digitized by Google — — En Keubke zingt tegen: Hoe laat es 't nó? In Vlaanderen is die zangroep ook volgens 7 Daghet: Rijmpje van den koeiherder om maatjes bij te roepen. Veronderstellen wij dat de meid Treze en de wachter Remi heet. Koewachtersliedje uit het Land van Waas: Mersi merseu, Bij ons is 't altijd van ali aleu.

En ik heb zoolang de koelen gewacht En ik heb nog geenen boterham g'had. Merci merseu, Bij ons is 't altijd van ali aleu. We teekenden nog het volgende over koewach- tersspel aan: De koe wachters maken in de barmen, welke dik- wijls rond de weide liggen, oventjes of haardjes, waarin zij met droog hout vuur maken. In dit vuur braden zij aardappels, peren, appelen, enz. Ja, het fruit, dat zij stelen, moet zelfs niet rijp zijn ; vandaar de zegswijs: Digitized by Google — — die appels zijn koewachtersrijp, d.

Half zacht gekookt, Fr. Kalleke-wippen ; Kampen, enz. Ter Gouw spreekt bl. Zie hierover ook Schotel, Oude zeden engebr,, bl. Alleen te Vorst-bij-Brussel bestond vroeger het volgende gebruik: Iedereen had het recht zijne koeien op de gemeen- teweiden te laten grazen. Er was een algemeene koei- wachter — de koeikaar — die des morgens de koeien ging halen en ze des avonds thuis bracht. Hij had een hoorn, waarop hij blies. Als de koeien voor de Digitized by Google « — I20 — laathle maal uitgingen, kwam de koeikaar met al zijne koeien des avonds in het dorp terug.

Vooraan ging de schoonste koe van den rijksten pachter en zij was schoon met bloemen versierd. Van huis tot huis werd de koeienstoet rondgeleid en de koeikaar kreeg van iedereen een drinkgeld.

Marmot, Ons volk kent dit Alpendiertje niet. Toch komt zijn naam in het volgende Gentsch? Sprengt uit a kot, Danst eens voor e notje! Het komt ook in een katrijmpje. Zie Kat Een variante uit Waregem, waar het als aftelrijm gebruikt wordt: Muis, De kinderen kunnen tnutzekes maken met hunnen neusdoek.

Deze wordt op bijzondere wijs gevouwen — het beschrijven schijnt ons onmogelijk, men moet het zien Digitized by Google — — doen — zoodanig dat hij den vorm heeft van een rondachtig lijfje met een lang steertje; de kinderen noemen dat een muizeke. Het wordt veel in de school gedaan. Het paard zegt, in West- Vlaanderen, ook te Zegel- sem, tot zijn meester: In Limburg luidt het: Digitized by Google — — Een ander Land van Waas: Als het verken is dood, Dan is de boer uit den nood.

De ribben en den aas Zijn veur de bazin en den baas. Het steertje en de wroeter Zijn goed veur den koeter, En het verken zijn darmen Geeft den boer aan den armen. Zie ook Nieuwjaarsliedjes en -rijmpjes. Een zeer verspreid avondspel: De jongens werpen hunne muts omhoog naar de heromfladderende vleermuis, die er naartoe vliegt, ja, soms gevangen wordt en met de muts naar beneden valt en aldus de prooi van de jongens wordt.

Het is ook de zangwijs in heel het land van Aalst. In Limburg Zonhoven luidt het: Ich zal och e beddeken maken Met twee bescheten laken. Digitized by Google — — En de zang wijs is er: Komt t'avend thuis 1 G'en vindt noch boter noch brood in huis!

Daar en is geen boter of brood in huis! En drink e potje koffiegruisl » VT, I, Komt t'avond thuis, 'k Zal u geven ne kilo gruis! Kom t'avont thuis, Achter den bornput leit en muis. Brengt Sint Anneken naar mijn huis! We gaan je beddeje maken Van stokjes en van staken! Bijna hetzelfde bij Rutten: Kom t'avond thuis, Ik zal een beddeken maken Van stekken en van staken!

Ik zal u een beddeken maken Van pooten peen of wortels en pastenaken! Digitized by Google — — Aan de Vlaamsche zeekust: Komt t'avond thuis; Wi gaan u een kolje maken Van tien duust staken!

Te Huisingen, evenals te Zonhoven en te St. Kom t'avond thuis; Ik zal u een beddeken maken Met twee bescheten lakens! Kom t'avend thuis» De schotelen zijn gewasschen, De forketten liggen in de asschen.

Nagenoeg aldus rondom Aalst: Komt t'avond thuis, De frinketten zijn gewasschen, De lepels liggen in de asschen! Een langer te Isegem: Kom t'avend thuisi, We zullen koeken bakken!

Is er geen gist genoeg, We zullen er eens in kakken! Van twee vuil kussens. Daar konstu goed op rusten. Hij heeft het al op hoopen gesteld.

Op den rooster geteld! Digitized by Google — — a. Den arend is een aardig dier! Als de kinderen duiven zien: De deur is toe; De duifkes en hebben geen eten nie mee r. En vijf-en-twintig is meer dan twee! Ekster, Snoode kwekster, G'en zijt geen spelle weerd! Amand Leggen d'eksters den eersten band i! Digitized by Google — — In April Is heur nest niet vil i!

In Mei Leggen z'hun eerste ei! Te Assche en te Baardegem-bij-Aalst: In Noord-Nederland luidt het: Digitized by Google — — Of wel: Een leugenrijmpje, ook als paailied gebruikt: Zou dat geen schoon broekske zijn? Een ander, een heel dierensprookje op rijm i , waar de haan als ver zwervende vrijer optreedt: Digitized by Google — I30 — Dan stond den hond te boteren; De kat, die waschte de schotelen; De flieremuis, Die keerde 't huis, En de zwolmen droegen d'asschen uit Met allebei heur vleugels: Of, niet minder merkwaardig: Hij meende gaan te vrijen In 't Land van Lombardijen.

Hoort wat 'em daar vernam: De koei stond in den hoek te spinnen, Het kalf lag in de wieg te zingen, Den hond, die stond te boteren. De kat, die waschte de schotelen. De flieremuis, Die keerde 't huis Met allebei heur tanden. Is dat geen groote schande? De zwaluwen droegen de asschen uit Met allebei heur vleugelen!

Zijn dat geen groote leugenen? Als hij daar kwam, Zat de koe vóór 't vuur en spon, 't Kalfken lag in de wieg en sliep, 't Hondje wiesch de schotelen, En de kat die lekte z'aaf; De vleermuis Keerde 't huis. En de vink droeg den drek uit, En terwijl was de kat aan 't boter stooten!

Elders treedt er een ander hoofdpersonnage in de plaats, waardoor het zijn karakter van dierensprookje gedeeltelijk verliest: Het sloeg ze met de pan tegen 't gat En liet ze toen mer loopen. Toen Anneke-Panneke thuis kwam, Zat de koei in den hoek en spon, Het kalf lag in de wieg en zong, Den hond, die stiet de boter, De kat die wiesch de schotel; De vleeremuis Die keerde 't huis, De zwaluwen droegen de asschen uit Op hun twee vleugels; 't Zijn allemaal dikke leugens I » Beeringen.

Ik wil gaan leeren vrijen In 't Land van Lombardijen. Toen hij in Lombardije kwam. Raad eens wat hij daar vernam? De koe zat bij den haard en spon, Het kalf lag in de wieg en zong, Het katje karnde de boter, Het hondje waschte de schotels. De vleremuis Die veegde 't huis; Toen kwamen de zwarte zwaluwtjes, Die brachten het vuilnis uit. Museum, , deel II, bl. In een bekend kettingliedje voor kleine kinderen, heet het: D'hinnen leggen in 't stroo, De aanden leggen in 't water; Snijp, snap, snater!

D'hinnen leggen in 't stroo! Naar Brussel in den nieuwen put, Daar leit een zwarte hinne Met achttien kikskes dood! Hoe zullen wè die kikskes heeten? De schellekes van de beetenl Waar zullen we die kikskes begraven? Te Dilbeek achter d'hazen!

Dit ziet op zijn eigenaardige levenswijze zie hierover Kalff, Hel Lied in de Middeleeuwen, bl. I, 79; of, evenals te Jette: G'hebt gestolen mijn gerief! Waar zit uw lief? Digitized by Google — — ~ In d'hage! Waar is mijn Hef? Daar liggen er twee. Daar liggen er drij! Koekoek, gij guit, De zomer is uit! Digitized by Google VK, I. Legt er nog éen bij, Dan heb ik er drij I » Te Wieke vorst telt men juister: Legt er twee, Dan heb g'er drij!

Dat roept die wil, Ik roep niet vóór half April! Is 't me dan nog te kauw. Dan wacht ik tot half Maai! Der kwam daar eene kwakkele Mee nen vorten appele; Ze sloeg er jda kerkske in twee, Dat 't vloog tot in de zee! De hond die wascht de schotels, Kattepoes likt de borden af, 't Zwaaltje giet den aschpot uit Achter in de lochting, Daar de vogeltjes vochten ; Ze vochten dat de pluimpjes stoven, Altijd was de koekoek boven; De koekoek en 't leeu werkje Die bouwden te zamen een kerkje Te midden van de zee; Toen kwam een doove kwakkel.

Die nam een rotten appel En smeet het kerkje in twee, En ze bouwden van zijn leven geen kerkje mee! De Denderleeuwsche lezing voegt er het vleer- muisrijmpje bij: De schotelen zijn gewasschen, De lepels liggen in de asschen I De zwaluwen vegen den vloer uit. De musschen dragen het vuil uit In moeikes lochting, Waar dat de kaïjes vochten. De koekoek en de pimpelmees Vochten om een pilleken vleesch.

Dat de pluimen stoven, De koekoek zat er boven. Digitized by Google — — De koekoek en de lawerk Timmerden daar een kerk. Weer anders in 't Land van Waas: Zoolang alsdat de lochting duurt, Waar al de vogels vechten ondereen. De koekoek zit daar boven op Met zijnen grooten teen; Hij slaagt de kerk in tweeön Met zijnen grooten vleugel, 't Zijn allemaal dikke leugen.

Verbonden met een bekend aftelrijm is het vol- gende: Van boven in de lochting, Waar dat al de vogelen vochten. Ze vochten dat de pluimen stoven. En altijd zat die ne koekoek boven. Pas als een foetus bijna 12 weken oud is, ontwikkelt hij eventueel een penis. Jij hebt dus een clitoris gehad, of je nu een vrouw of een man bent.

Uit een analyse van 33 onderzoeken van de afgelopen 85 jaar blijkt dat tussen de 50 en 75 procent van de vrouwen alleen een orgasme krijgt als de clitoris gestimuleerd wordt. Tijdens een orgasme trekt de clitoris zich met een pompende beweging samen. Bij een clitoraal orgasme treden gemiddeld 3 tot 16 samentrekkingen op, en het duurt tussen de 10 en de 30 seconden. Uit onderzoek is gebleken dat hoe dichter de clitoris bij de vagina zit, hoe makkelijker het voor een vrouw is om een orgasme te bereiken.

Sommige vrouwen hebben hun clitoris chirurgisch dichter bij de vagina laten zetten in de hoop op meer orgasmen. De bekendste vrouw die zo'n ingreep liet uitvoeren was prinses Marie Bonaparte, een achterkleindochter van Napoleons broer Lucien. Net als de penis wordt de clitoris ook stijf als de eigenares opgewonden raakt. Ook de clitoris bevat zwellichamen, en bij seksuele opwinding lopen die vol met bloed. Alle zoogdieren hebben er een, maar de hyena heeft de grootste in verhouding tot zijn lichaamsomvang.

De clitoris van deze aaseters ziet eruit als een penis. Hij is lang, hangt buiten het lichaam en kan stijf worden. Hyenavrouwtjes hebben zelfs een opening aan het uiteinde van hun clitoris waarmee ze plassen, baren en paren. Grote teelballen worden vaak als een positief teken gezien voor de mannelijke vruchtbaarheid. Maar een recente …. Bij vroegtijdige zaadlozing, in medische termen omschreven als premature ejaculatie, komt de …. Wordt u geconfronteerd met erectiestoornissen?

Er bestaan doeltreffende behandelingen! Het spongieus zwellichaam, de caverneuze zwellichamen, de eikel, de voorhuid, het frenulum Opwinding, stijfheid, ejaculatie, orgasme Een erectie bestaat uit verschillende fasen.

Erecties kunnen vrijwillig ten gevolge van seksuele prikkeling of onvrijwillig zijn zoals …. Tijdens een erectie neemt de bloedtoevoer toe in de caverneuze zwellichamen. Hoe verloopt een …. Erectiestoornissen zijn soms te wijten aan ….

Overslaan en naar de inhoud gaan. Kunnen vrouwen een erectie hebben? Ontdek de anatomie van de clitoris Om een erectie te hebben, moeten de anatomische structuren aanwezig zijn die een erectie mogelijk maken. Ga zelf het gesprek aan.

Gratis seks afspraak vingerend klaarkomen


Vrouwen hebben geen equivalent van de prostaat noch van de zaadblaasjes die bij mannen het sperma bestaat uit zaadcellen en vocht aanleveren voor de ejaculatie.

Het vocht dat vrouwen afscheiden bij seksuele stimulatie komt van de slijmklieren, gelegen in de ruimte tussen de kleine schaamlippen vestibulum , die in de vagina uitmonden vestibulaire klieren of klieren van Bartholin.

Bij vrouwen zwelt trouwens niet alleen de clitoris op na seksuele stimulatie, ook de vestibulaire klieren, de kleine schaamlippen en het sponsachtige lichaam in de urethra.

Jammer dat het allemaal zo verborgen blijft. Maar deze manier van functioneren heeft wel een voordeel: Anatomy and physiology of the clitoris, vestibular bulbs, and labia minora with a review of the femaler orgasm and the prevention of female sexual dysfunction.

Twee mannen op drie met een erectiestoornis hebben ook last van plasproblemen veroorzaakt door benigne …. Voor zowel mannen als vrouwen hangt seksuele tevredenheid vooral af van de hardheid van de erectie.

Grote teelballen worden vaak als een positief teken gezien voor de mannelijke vruchtbaarheid. Maar een recente …. Bij vroegtijdige zaadlozing, in medische termen omschreven als premature ejaculatie, komt de ….

Wordt u geconfronteerd met erectiestoornissen? Er bestaan doeltreffende behandelingen! Het spongieus zwellichaam, de caverneuze zwellichamen, de eikel, de voorhuid, het frenulum Opwinding, stijfheid, ejaculatie, orgasme Een erectie bestaat uit verschillende fasen.

Erecties kunnen vrijwillig ten gevolge van seksuele prikkeling of onvrijwillig zijn zoals …. Tijdens een erectie neemt de bloedtoevoer toe in de caverneuze zwellichamen. Hoe verloopt een …. Erectiestoornissen zijn soms te wijten aan …. Overslaan en naar de inhoud gaan. Kunnen vrouwen een erectie hebben? Ontdek de anatomie van de clitoris Om een erectie te hebben, moeten de anatomische structuren aanwezig zijn die een erectie mogelijk maken.

Ga zelf het gesprek aan. Fimosis maakt erectie pijnlijk. Dan stond hier een potje met smout En een potje met boter, En nu is 't allemaal verzwitseld en verzwatseld. Een korentas, Maar als ik weere kwam, 't Was al verzwieteld en verzwateld. Waar zijn zij nu gevarrrrrren? En nu is 't alles verkwitterd, verkwetterd Dat er was! Vol tas, vol tas. En nu is alles verkwitterd, verkwetterd, Verdestruweerd! En nu allemaal verdestruweerd, weet-weet!

Dan was er nen tas, nen tas, nen tas, Ne korentas, Nen terventas, Ne schelft vol vlas, En nu is 't al verkwitterd, verkwetterd. Door 't gat gespetterd, Verdestruweerd! Maar nu is alles versnipt, En versnapt En verteêeerd Digitized by Google — 54 — Nen schelf vol vlas! En nu is 't al verdistruweerd, Wit, wit, wiet! En als ik dan weerkwam, 't Was allemaal uitgewroet. Wat voor een vuile boer is dat? Wanneer ik wegging, Zaten de schuren vol koorn; Wanneer ik wederkwam.

Was alles verswieseld, verswanseld en verteerd! De schuur is vol, De stal is vol; En als ik wederkom, Zien ik geen spier I Lenaarts, — VL, X, Ass ick wedderkam, wedderkam, Har de sparling, De dickkop, de dickkop Alles vertahrt!

Digitized by Google « Toen ik hier was, Toen ik hier was, En alles vol van hooi was, En nu is alles opgevreten, Vreten, vreten! Mijn boterpot is uit, Mijn boterpot is uit! Hij is uit, hij is uit! Rond Aarschot kennen de kinderen een ander zwaluwrijmpje; zij zingen er als de lieve zwaluw ons verlaat: Was er nen korentarwentas, En als ik vromkwam. Was alles verkwist en verkwast! KilLvoTschentSLBJ, Buiten de vogels komen hier enkel de kikvor- schen, wier gekwaak, des avonds en des nachts, de aandacht vestigt, in aanmerking.

Te Wambeke, ook te Liedekerke heeft men een wisselzang met soli en koren. Diepe, diepe, in 't goor, in 't goor, En in de biezen. Om niet te vervriezen. Digitized by Google b. Het vogelnest-zoeken wordt door de jongens, buiten, nog immer met lust gedaan. Alle overtui- gende reden van meester, landman of wetsverordening blijven zij in den wind slaan. Het nestjes-uithalen en het eitjes-rooven waren van ouds een jongensliefheb- berij en zullen — het is spijtig!

Dit ergerlijk lentevermaak werd sedert eeuwen men zie Ter Gouw, bl. Het eigenlijke zoeken, In de lente begint het vogelnest-zoeken. Om hierin te gelukken moet men goed de zeden en levenswijs der vogelen kennen: De Vlaamsche jongen is opmerkzaam en kent dit alles — ongelukkiglijk genoeg!

Hij kan ook een loozen nest — een nest, dien de vogel niet zal voortbouwen — onderscheiden van den echten nest, waarin de eitjes zullen gelegd worden. Meest altijd doen twee jongens te zamen, ze doen te gare: Digitized by Google — 59 — barmen, al de boschjes, al de braamstruiken, al de gaten der boomen. Hebben de kereltjes een nest gevonden, zoo worden de eieren geroofd.

Soms ook wordt dag voor dag ieder gelegd eitje, uit den nest genomen en in de plaats een rond, glad keitje gelegd, dat de kleur der eitjes min of meer vertoont en in de beek gevonden wordt. De geroofde eitjes worden uitgeblazen: Als de eieren bebroed zijn, kan men ze niet meer uitblazen; ook worden zulke eitjes niet gezocht. Om te weten of een ei bebroed is, d. Nu worden de uitgeblazen, ledige eierdoppen op een draad gereesemd en zulk eiersnoer oi eierreesem wordt als trofee aan den schoorsteen, boven de stoof, gehangen.

De jongen stelt er eilaas! Meezen en sommige andere vogels wonen in de gaten der oude tronken. Dikwijls is het hol zoo klein, dat de jongen er de hand niet kan door krijgen. Nu wordt een mikje van hout gezocht ; het wordt in het hol, met het dubbel vorktakje vooruit, gestoken, eenige malen rond gewonden en gedraaid, ten einde aldus Digitized by Google Fig. Door dit te doen worden vele der eitjes verbrijzeld, doch hier en daar blijft er wel een geheel, dat voor het eeresnoer zal kunnen dienen I Nest en eieren nemen, heet men den vogel uittrekken ; rooven, den vogel rooven, den nest rooven is enkel de eieren stelen en den nest op zijn plaats laten.

Veel vogels — vooral musschen — wonen hoog in de boomkruinen. Nu moet op den boom geklommen worden. Ieder jongen is geen goed boomklimmer: Vele klimmers — klemmers op veel plaatsen — gebruiken het klemzeel Oosten en Zuiden van Oost- Vlaanderen , de klemkoorde De Bo , de kleferkoord Corn. Met zulk klemzeel kan men gemak- kelijk en zeer hoog klimmen, de uitsteeksels en hob- beligheden der boomschors houden het door beide voeten gespannen zeel tegen en beletten dat de klim- mer opnieuw naar beneden glijde.

Is de boom zeer dik en kan de klimmer hem met beide armen niet overpakken omarmen , zoo wordt de Fig. Klem- zeel rond de voeten gewonden. Digitized by Google — 6i — boom, door middel van een dikkere koord, die stevig in de twee handen wordt genomen, omvangen. Sommige klimmers gebruiken, evenals de snoeiers, sporen, d.

De Bo heet ze: Geldt het een vogelsoort, die lief zingt en gemakkelijk in kooien kan worden opgekweekt b. De eitjes worden uitge- broed, en de jonge vogels worden, als zij op het punt zijn hun nest te verlaten en weg te vliegen, naar huis medegenomen en in eene kooi gezet.

De vogel maakt, d. Zie ook De Bo. Nest dragen, De Bo. Wordt gezeid van vogelen, die met hooi, woUe, haar, pluimen, enz. De vogel woont in een hol, in den barm, onder een grashoop, enz. De eitjes nemen en den nest laten. Op de eieren zitten. Bebroede, bebroeide eieren zijn eieren met min of meer ontwikkelde kiem. Uit de eierschaal komen, Fr.

Men zegt ook uitkippen. Nesteu Het keisteenlje, dat in den nest, in de plaats van het geroofde ei gelegd wordt om den vogel te bedrie- gen. Ook gezeid van het hennenei, dat men in den nest laat liggen. Platte jongskes, Drogenbosch, Land van Aalst en wel elders. Jongskes, die nog geene pluimen hebben. Zuiden van Oost- Vlaanderen. De jongskes zijn gestekt of gestokt, als de jonge pluimpjes, als stekjes of slokjes, uit de huid te voor- schijn komen.

Duvels haar, doeivelshaar i. Het eerste dons van jonge vogels. Schuermans illustreert het door dezen volzin: Die vog eiken s hebben nog duvelshaar, haal ze nog niet uil Brabant en Limburg. Digitized by Google - 63 - knapen vogeljongskes te vinden, om ze dien dag op te smullen. Men zegt dit, als de jongskes gansch bevederd zijn en gereed om uit den nest te vliegen. Volucer, volatilis, volatui maturus, pennipotens.

De vogel is uitgeleed, als al de jongskes zijn weg- gevlogen en de nest ledig is. De kakkernest blijft het laatst over.

Zegelsem; De Bo en Joos. Land van Aalst; ook bij Joos. Kakkenesken, kaknestje, Brabant, Schuermans. Het is de laatst uitgekipte vogel, die ook het minst ontwikkeld is en het laatst den nest verlaat.

Kackert, Kack-in-nest, Kack-kert, Kackaerd. Hij omschrijft als volgt: Die vogel is verhaat: Hij haat, verhaat zijn nest! Digitized by Google - 6j - Ver haat ei, o. Als men nest en eitjes wegneemt, gebeurt het dat de vogel op de plaats een laatste ei legt, omdat hij misschien den tijd niet gevonden heeft om een nieuwen nest te bouwen.

Dit ei heet een verhaatei! Het kind dat een vogel weet wonen, zingt te Orsmaal: Ik weet ne vogelnest; De vogelkes zullen gaan vliegen, Maar 't moerken weet het best! Mijn lief vogelken, ge blijft hie! Digitized by Google Eindelijk, ziehier een VogeUvaderons: E vogelken me zwarte pluimen En ne gelen bek. Ekster bont zit op den boom Met de merel schoon.

Mijne God van hierboven, Ik kom om u te loven, Da'k mag vinden al die vogelen, 't Zij klein, 't zij groot. Eer ik sterf de bittere dood. De eikens uit den nest Zijn wel goed. Maar de jongskes uit den nest Zijn toch best. Een vogel met grijze pluimen En met nen zwarten bek. De heer die riep van boven Om hem te loven. Hij roept al de vogels uit den nest, En in 't buiksken zijn ze best, En de vogels weunen in 't gemeen, En die ze uittrekt, heeft ze alleen.

Wie den VogeUvaderons kent en leest, is verzekerd veel vogels te zullen vinden. Te Hundelgem bij Zottegem gaan al de kinderen op St. In het Land van Aalst zeggen de knapen: Het is vooral bij het vogelnest-zoeken, of het nest-uittrekken, b. Het werd toch ook gedaan bij het fruit-stelen en om over een muur te geraken, enz. Boeilsen iemand , Assche. Bok eenen zetten, Oost- Vlaanderen, Scn. Schoere schouder , schoerken staan.

Steune, steuntje staan, Zegelsem. Faire la courte échelle, c. Ons doel is niet een verhandeling over de vogelarij te schrijven. Wij willen hier enkel geven al wat echte kindervogelvangst is: Hier mag het een en ander gezegd worden over het volgende: Lijmaar tj es leggen i. Men neemt tarwaartjes, waarvan de steel omtrent 20 cm. Men bestrijkt deze met lijm vogellijm en men legt deze Itjmaarkes op plaatsen, waar mus- schen, vinken, enz.

De vogeltjes komen de graantjes uitpikken, doch het lijmaarke kleeft aan hun pluim, vlerk of pootje en belet hun weder op te vliegen. Het is een winterlust: Digitized by Google — 68 — Ltjmauwe, vr. Lijmstok, lijmroede, lijmgarde, lijmstang, Van Dale. Doch de lijmstang is niet het lijmaartje, Chomel beschrijft den lymsteng als volgt: Vogellijm, van Hulstschors en -bladeren gemaakt, die men heeft laten rotten en men met noten olie en taaie terpentijn gemengd heeft tamelijk dik zijn bestreeken, zodanig dat de steng met Rijsjes een Boom met takken vertoont; dan de Rijsjes moeten er maar heel los in steeken, op dat wanneer een Vogel daarop gaat zitten, het Rijsje nederwaarts buigt, waardoor de Vogel, denkende te vallen, zijn vleugels uitspreid, en die behalven zijn Pooten als dan met Lijm besmet worden Soms benuttigt men hiertoe musch en uil.

De kinderen pieren vogels met: Hij heeft den vorm van een afgeknot prisma fig. Men stelt den bak schuins opeen stokje of op een liniaal, dat recht staat en waaraan een koord is vastgemaakt.

Een verborgen jongen houdt deze koord in de hand. Komen de musschen, de botvinken of andere vogeltjes onder den wanmolenbak het voedsel zoeker, zoo trekt de jongen met de koord het steunstokje weg en de vogels zitten gevangen.

Zegelsem en wel elders. Ziehier hoe zij de piere maken: Digitized by Google — 70 — elkander zoodanig dat twee hoeklijncn elkander raken; men bekomt aldus een soort van huisje fig. Op ditzelfde uiteinde van het mikje zet men alsdan, verti- kaal, met het scherpe puntje, het rolronde stokje ; het andere uiteinde ondersteunt den schuins liggen- den tichel, die ook op den tegenoverge- stelden steen rust. In de piere worden graantjes gelegd; rondom op de sneeuw, strooit men kaf.

Komt nu musch of vink in de piere om het graan op te pikken, zoo verroert de vogel het mikje en de tichel klapt neder: Digitized by Google — 71 — Namen. In het kip zitten. Zie ook Van Dale, die het woord vrouwelijk maakt. JUNius heeft ook knippe, bl. Want in knippen wtgehangen Wert de vrolyckheyt gevangen. Door als een geluyt gelockt, Wert het in 't verderf gehoekt. Ons gezonden uit Schaarbeek. Doch het minkijzer voetangel, voetklem, voetijzer, wolfs- Digitized by Google angel, wolfsklem, wolfsijzer, ons wolvenifzer is gansch wat anders.

Kiliaan reeds beschrijft het: Dit bestaat uit twee halve cirkels van ijzerdraad, die door middel van een diameter met springveer over elkander toegeslagen worden.

Een ijzeren haakje of til, aan die veer vast en waarop een stukje brood wordt bevestigd, benevens het U-vormig uitsteeksel van den doormeter, van een sluitijzertje voorzien, dienen om de twee halve cirkels van elkander verwijderd te houden en zoo tot een cirkel te maken, — den vogel tot een strik. Bijt de vogel aan het brood, zoo slaan de twee cirkels toe, en gemeenlijk zit hij er tusschen geprangd. De jongen legt het ijzer derwijze in het mul, dat het stukje brood alleen zichtbaar blijft.

KiLlAAN heeft piere, c fland, », doch niet juist in dezelfde beteekenis ; hij vertaalt: Decipulum, decipula, transenna ». Stee n kot, o. Hamme, Dendermonde, Digitized by Google - 73 — Val, vr. Men zegt de piere zetten, bij Van Dale de knip opzetten, 3.

In de lente, als het sap begint te vloeien, weten de kinderen gemakkelijk de schors van dikke afge- snoeide populiertwijgen los te krijgen. Zij snijden met een scherp mes, in die twijgen, twee diepe, evenwijdige kringen, die dwars door de schors tot op het hout komen en een voet of meer van elkander verwijderd zijn.

Daarna trekken zij, immer met het mes, van den eenen kring tot den anderen een rechte, diepe insnede. Vervolgens kloppen zij lang en herhaaldelijk met den hecht van hun mes op de schors. Deze komt zoo langzaam los en kan van het hout gescheiden worden.

De jongens hebben aldus eene rompe fig. Zij steken nu, op elk uiteinde der buis, kruisgewijs twee stokjes en maken de openingen met een weinig hooi toe. Omtrent het midden van den cylinder snijden Fig. Digitized by Google - 74 - zij een rond hol, groot genoeg om er de musschen soms wel spreeuwen door te laten.

De rompe wordt op een appelaar of eenig anderen fruitboom van den boomgaard vastgebonden. De vogels komen er in wonen en worden aldus gemak- kelijk met hun broedsel, door de jongens geknipt Zegelsem. An leren leggen oude potten, kannen, koffiekan- nen, kannebuizen draineerbuizen , zoogenaamde mus- schenpotten zie Van Dale met hetzelfde doel op de fruitboomen van hunnen boomgaard.

De jongens sluiten de vogels in kooien op. Zij maken deze zelf, of gebruiken hiertoe sigaren- kistjes, enz. Meer over die kooien schrijven, zoude ons buiten ons gebied leiden. Het werd vroeger wel meer gedaan, ook des win- ters, dan nu. In onze jaugd hebben wij het door jongens menigmaal zien doen. Ook uit Turnhout zond men ons mededeelingen over die jongenspret. Wij geven het woord aan Chomel, Huish, Wbd,, , die zelfs een heel schoone plaat van B. DE Bakker opneemt, welke het winter- spelletje voorstelt: Die zich op deeze Jagt een weinig ver- Fig.

Staan, vangen er veel, want men kan van deeze peperhuizen op verscheidene mesthoopen steeken ; en zelfs op de boomen, waar op men ze ziet rusten, en op nieuw opgemaakt land. Daer is dan een gauwe jongen Die op desen handel past, Thyrsis komt oock uyt gesprongen, En hy eet sijn eygen gast.

Vo£ els-slaan, liet wordt door grooie jongens, ook toch door volwassenen gedaan. Des winters, ook laat in den herfst, als de bladeren gevallen zijn, doch op de haagtronken — op haag- beuken en beuken vooral — nog eenig dor rood loover staat, zoeken de musschen en botvinken hieronder tegen de bijtende vorst eene schuilplaats. De jongens weten dit, trekken naar die hagen met een brandende lantaarn, verschrikken de arme vogeltjes, die uit de haag en naar het licht vliegen, waar zij, zooveel mogelijk, door stokken worden doodgeslagen.

Dat heet men vogels-slaan ; de jongens zijn vogeU sla g ers. Een enkel woord hierover. De jongens schieten naar de vogels met: Vogels temmen of tam maken.

De kinderen temmen inzonderheid: Kraaien ; Groenvinken, enz. Over tamme groen vinken hier wat meer: De groenvink Ligurinus chloris 2 is in ons land gemeen genoeg. Men leert hem Vorst-bij-Brussel, Lier, Turnhout en wel elders op de kruk zitten. De vogelkfuk is een stokje van twee tot vier deci- meters lang met een dwarshoutje, zoodat het geheel niet slecht op eene kruk gelijkt. Rond de gioenvink — rond den buik, onder de vleugels — doet men een soort van gareel r— de broek, zegt men — en aan dit gareel een touwtje.

Soms doet men het touwtje aan een pootje vast, doch alsdan wordt het voor den vogel een wreed martelspel. Dit touwtje wordt aan de fU- ». Nu leert men den vogel opvliegen en terug op de kruk nederzijgen, bij het minste snokje, dat men aan het koordje geeft.

Het touwtje kan zeer lang zijn. Arduintje is een Bnibantsch woord voor dien vogel. Digitized by Google Ook in Holland is dit lemspelletje bekend. Zie Ter Gouw, Vogel op de kruk. Zoo schrijft Van Dale op kruk: Zie ook bij Van Dale, Vogelkruk, Cats bedoelt de vogelkruk, als hij rijmt: Digitized by Google — 19 — 9. Men zegt lachend tot het kleine kind dat een vogel, die op den grond zit, verlangt te vangen, dat het een weinig zout op zijnen staart moet leggen!

Onfeilbaar is zulk vangmiddeltje! Zeer weinig van alles wat de Vischvangst betreft, mag hier, in onze verhandeling, een plaatsje vinden. Kinderen visschen gaarne met de lyn of hengel- roede. Men ziet ze des zomers overal aan vaarten en vijvers. Het is en blijft toch een mannenwerk. Calom n' XXIX schrijft: Een echte kinderlust is het Vangen van stekelbaarsjes. Zij vangen deze kleine visschjes door middel van holsblok, schotel of pan.

Zij houden ze levend in een ketel tj e met frisch water opgevuld. Ook heeft het diertje, bij de kinderen, veel namen. Baa r ske, o. Digitized by Google — 8o -- Kraaihlick, m. Siekelbak, stekelbakske, Land van Waas VT. Land van Oudenaarde VT. Deze martelspelen verschaffen hun lust en genoe- gen. Zij weten niet wat zij doen, en medelijden kennen de bengels niet: En juist daarom meenen wij, dat, ter wille van de volledigheid, die wij getracht hebben te bereiken, deze martelspelletjes hier mogen behandeld worden.

Kinderen hebben genot, als ze dieren kunnen slaan, stooten, stampen; Als ze er kunnen met steenen, aardklompen naar werpen. Bepaaldelijk teekenden wij op: Er naar smijten met steenen; Digitized by Google — Si — Ze in het water gooien en ze beletten aan wal te geraken, zoodat de arme dieren verdrinken moeten ; Een oude kasserool, moor of een stuk stoofbuis aan hunnen staart binden en daarna het dier doen voorthollen!

Er achter draven in weide en meersch, ze aldus schrik aanjagen; De koe begint alsdan te bijzen biezen of bissen , 4. EzeL Het beest aframmelen; Peper in zijn aars steken, ten einde het dier te doen slaan en voorthollen! Een ijzeren draad door den snuit van een gevan- gen mol steken, dien draad een weinig omkrommen en vervolgens het dier zich in den grond laten dood- wroeten! Als hij zich ter verdediging heeft opgerold, hem in een water rollen en stampen, waar het beest alsdan verdrinkt.

De jongens giegelen het uit van pret, als het beestje den kleinen snuit weer bloot maakt. Ze levend met opgesperde vlerken op deur, poort of boom nagelen, en ze daarna heel langzaam laten sterven. Ja, Ter Gouw bl. Met uitgespreide vlerken spijkerden zij haar aan een boom, met een stukje spek boven den kop, dat het arme dier niet bereiken kon, zoodat het onder den geur van 't lekkere hapje den hongerdood stierf! Rat of roL Het roijesbranden beschrijft Ter Gouav bl. Een gevangen rot werd met stroo omwonden en met pek, teer en zwavel besmeerd.

Dit werd in brand gestoken en de rot losgelaten. Het angstige dier vloog links en rechts, en bragt de heele buurt in opschud- ding. Vrouwen met bezems, meiden met luiwagens, de snijder met zijn parsplank, de aardappelman met zijn schop, de melkboer met zijn juk — allen schoten toe, en dreven met vereende magt de rot in de gracht; waar zij nog eenigen tijd brandende ronddreef, terwijl brug en wallekant vol kijkers stonden. Ja, de vuur- werkmakers namen er zelfs een model aan, en maakten ook rotjes om op het water te branden.

Het was ijselijk hoe de diertjes piepten en schreeuwden en tegen het deksel sprongen — doch de guiten lachten er harte- lijk om! Kikvorsch oipuit te Zegelsem puid, mv. Ze doodgooien, doodstampen, doodslaan met stokken. Ja, wij hebben zelfs met die puiten zien kaatsen! Insecten en andere kleine diertjes.

Bombus , in Vlaanderen meer hurzel huzzel geheeten. De kinderen zoeken ze ijverig. Als het diertje in een holletje kruipt of op een bloem zuigt, wordt het doodgeslagen of gestampt; de guit neemt het daarna met voorzichtigheid vast, want de angel wil en kan nog steken, rukt kop en thorax van het achterlijf; tusschen beide deelen ligt gewoonlijk een druppel honig, dien de jongen met lust opzuigt.

Te Wambeke vervolgen de jongens bieën en hom- mels met dit rijmpje: Zijn gat stond open! Daar kwam een heuzelken ingekropen, En hoe meer da Kobeke sprong, Hoe meer dat heuzelke zong! Ze worden gevangen en in doosjes gezet; of hunne pootjes worden uitgerukt. Kapellen c werden met hun vijfentwintigen aan een draad geregen, om zoo, aan de hand van een kwajongen, zich dood te fladderen Digitized by Google - 84 - 4° Vliegen, Gevangen vliegen worden in een doosje gesloten, dat in het deksel een opening heeft; vervolgens lang- zaam en omzichtig, éen voor éen, weer uitgelaten.

Vliegen werden de vlerken uitgerukt en aan een papieren wagentje of sleetje gespannen! En daarin hebben « die kleine Barbaren nog wel een Romein- schen Keizer tot voorganger gehad!

Met spelden tracht men ze aan den wand te door- boren. Te Molenbeek-Brussel zagen wij op het papier teekeningen maken met het roode oogvocht der vliegen I Vliegen doen exerceeren, Eene naald wordt met het oog in een kurkje gedrukt; eene vlieg wordt gevangen, haar vleugels worden uitgerukt en men steekt het insect met het achterlijf in de speldepunt en in hare spartelende pootjes steekt men een fijn, licht stukje van een solferstek, dat aan beide uiteinden een zeer licht bol- letje van een raap of iets dergelijks draagt.

Zonder die bolletjes laat de vlieg, die haar geweer tusschen de pootjes heen en weer schuift, het weldra vallen. De slijkvlieg Eristalus , meer Hetnelbie Zegel- sem , Slrontbie Drogenbosch geheeten, wordt ook niet gespaard. De kinderen kennen zeer goed deze soort van vlieg, die wonderwel op de bie gelijkt, doch enkel twee vleugels en geen angel bezit.

Zij vangen ze, vooral op de pissebloemen, steken ze in doosjes, waar men ze hoort brommen en zij lang- zaam sterven. Martelspelletjes met meikevers zijn: Nu nijpt men het onderdeel van een achterpoot van den meikever weg, en in de overgebleven stomp steekt men de punt der speld, zoodat ze tot bij het achterlijf van 'l diertje doordringt.

Dit begint te vliegen en draait steeds als een meuleke rond het stokje, dat de jongen in de hand houdt Het kind zingt: Morgen komt Machielken, En komt Machielken morgen niet, Hij en komt van heel zij' leven niet!

Taupins, insect van de groep Elateriden. De kinderen kennen zeer goed deze harde kerf- dieren, soort van kevers, die, op de palm der hand op hunnen rug gelegd zijnde, met een wip omhoog- springen, trachten op hunne pooten terecht te komen en daarna ijlings wegloopen.

Digitized by Google — 86 — Te Molenbeek- Brussel heet men ze: De kinderen leggen ze ruggelings op hunne hand- palm en roepen als het diertje opwipt: Het gemeene diertje, een soort van spin met half- sfeervormig lichaam en zeer lange pooten, draagt in de kinderwereld verschillende namen.

We geven er hier eenige op: Antwerpen VK, I, Digitized by Google - Overal vermaken zich de kinderen, jongens en meisjes, met de pooten van het dier uit te rukken.

Deze pooten bewegen zich lang nog na dit martelwerk, en deze bewegingen worden als een soort orakel geraadpleegd. Of ik trek uw langste beentjen uit! Of ik trek uw eerste pootjen uit! Wijs mijn huis, Of ik trek uw tweede pootjen uit! Te Waarbeke luidt het: Gij moet mijn wegelken wijzen. Van hier naar Brussel, Van hier naar huis. Wijs mijn huis, Of ik trek uw leste pootjen uit!

Wijs mij den weg naar Brussel, Anders trek ik uw langste been uit! Zoo wijst ze, zeggen de kinderen, waar hare schaapkens zijn.

Heft zij geen poot op, dan wordt ze gedood Joos. Hare hoorntjes worden met een spade afgesneden. Het overige van onzen oogst, op het kinderspeel- veld gegaard en dat met het dier in verband staat, hebben wij alphabetischerwijze geschikt, na evenwel de volgende ondergroepen aangenomen te hebben: Digitized by Google z.

Ofschoon wij de sprookjesliteratuur in ons werk niet hebben aangeraakt, toch hebben wij gemeend eenige bijzondere dierensprookjes niet te mogen aan kant schuiven: Digitized by Google — 90 — Een ander, doch korter: Hond, 1° De hond speelt een groote rol i in het kinder- leven. De kleine streelt hem, wascht hem, doet hem baden ; Leert hem springen, aanbrengen, andere toertjes; Spant hem in wagentjes; Gaat er mede wandelen, leidt hem aan een leisnoer; Doet zijn gebas na; Zit er op te paard; Hitst hem op tegen dier en mensch, ja, smijt er naar met steen en stok of martelt hem op andere wijze zie boven.

Zijn stertje was af en zijn poepeke was bloot! Das verkehr mit diesen Thieren wird desto grösser und inniger gewesen sein, je weniger der bunte Kindertand derjetzzeit damals bekannt war ». De schrijver spreekt over de Middeleeuwen. Digitized by Google — gi — Dor kwam-der Jan den temmerman: Hi temmerdege da hondje zij stertjen ani En as da hondje ze stertje was aangedaan, Dan zei Jan-jan den temmerman: Kust den dienen die 't er achter hangt! Of, zeer gewoon, in plaats van de laatste twee verzen: Om 't hondje te bedriegen.

Te Nevele lag het hondeken in de biezen dood: En die hondekens schreiden traantjes ter , Pikkelbeentjes groot. En die hondekens kregen een schotelken Met gebrokkeld wittebrood Museum', , II, Digitized by Google — 92 -- Elders vallen hond en kat samen in 't water: En 'k sta daarin versteld! Negen dagen blind Is een hondskind!

Zie hier Haan, 4. G'het ons kindje zeer gedaan! G'het nen halven stokvisch g'eten En nen heelen abberdaan! Aalst en Land van Waas. Minnekepoes, gij hebt gedaan, Ge kunt maar op een ander elders gaan! Elders komt een ander, maar toch verwant kat- rijmpje voor: Gij zult krijgen een groote roei.

De kat viel in de kom, De kom viel in twee, De kat lag in zee; De zee barstte open, De kat was verzopen! Te Denderleeuw luidt het: Ons kat sprong op een stelselken. Het stelselken viel in; Ons kat was de kop in!

Is ze nog niet dood, Geef ze een korstje brood! Is ze nog niet koud, Geef ze een beetje zout! Is ze nog niet zat.

Geef ze nen schop onder heur gat! Digitized by Google — 95 - Te Liedekerke: Geef ze een köstjen brood; Is ze nog niet zat, Giet ze 'n scheut janevel i in heur gat! De kat viel van de zei zulle. De zei viel af, En de kat beuren kop af! In Oost- Vlaanderen hoort men nog: Onzes dunkens is 't een eenvoudig paaisprookje, dat ook te Overwinden bekend is: De kat lag in de koem ; De koem beste open: En de kat was verzopen! Een ander historietje uit Huisingen: De kat zat op de koord.

De rat zat aan het brood, De muis zat in 't schap, Tot spijt van de valsche kat! Tantiter, tantiter, Van kropsalaai en ander goed. En wilde mij niet gelooven, O! En te Zolder, doch het klinkt meer geleerd: De kat die stak de stert in 't vuur; De stert begost te krollen. De kat begost te lollen! Hebt ge hem niet hooren polsen! Digitized by Google Iladt ge hem met zijn stertjen gepakt, Hij ware niet verdronken!

Een leugenliedje op de koe: En ik ging dei beestjen 't huid afdoen, En ik hong het huid op mijnen stok En ik trok daarmee naar Allewaar op; Als ik tot Allewaar kwam, Daar stond een koe, een groote koe. Een koe met lêeren tanden; Die koe scheet boter met g'heele manden.

Schijnt gezongen te worden, blijkens het bis der laatste verzen. Zie VL, Vm, Digitized by Google — 99 — Hier volgt alles wat het koewachtersleven ons schonk. Daar de stof nog al uitgebreid is, zullen wij ze behandelen als volgt: De koewachters hebben als wapen en speeltuig de zweep, waarmede zij hunne koeien voortdrijven en zich verlustigen.

Zij heeft de volgende namen: Cachoire, Watou Loqurla, IX, Djak, djakke, dzakke, Oost- en West- Vlaanderen. Ook bij De Bo, Joos, Sleeckx. Het ware interessant die lijn te kennen. Her- dersem en Lebbeke kennen beide woorden. Digitized by Google — — Klakke, vr. Hij brengt het tot het Gal. Klaksoor, klaksoore, De Bo. Zegelsem — Doch meest gebruikt voor paardezweep lange. Zie beneden soorten van zweepen. Kletsoor, Van Dale, die het omschrijft door: Kiliaan heeft het woord voor: Ook JuNiUS, die kletsoire schrijft.

Herdersem, Moorsel, Wieze, Denderbelle, Lebbeke. Digitized by Google — lOI — Smik, vr. Wdb, De meest algemeene naam. De eenvoudige kinderzweep, liever zweepje, be- staande uit een stokje en een koordje; De topzweep. De echte koewachterszweep, welke wij verder breed- voerig beschrijven; De paardezweep — peerdedjakke, kartonszweep, kletsoore — met langen steel, welke door paarden- leiders gebruikt wordt; Het ruiterzweepke, zeer kort, enkel door ruiters gebezigd ; De kattedjakke, kleine zweep, welke in den hoek van den haard hangt en dient om de katten uit de keuken te jagen ; het is soms een klein ketlingje aan een steel vastgehecht; De biezen djakke, welke de jongens uit biezen zie aldaar vlechten; De keperdjak, de keperdjek, een gekeperde zweep Land van Dendermonde, VL, XI, Zie beneden ; De kogeldjak, een djak of djek , waar knoopen in gelegd zijn Land van Dendermonde, Idem ; Een tweeluik, drtjluik, vierluik, djak, die uil twee, drie of vier luiken zie beneden bestaat Land van Dendermonde, Idem.

Digitized by Google — — 3° Deden der koeivachiersziveep. Zegelsem, Asper VT, V, B Deelen van den steel. Hij is kort, vier tot vijf decimeters lang, éen centi- meter dik, van taai hout. Het is een kleine insnede op een der uiteinden, waarin men het hangsel stropt.

Men zegt ook het kertje Zegelsem. Het kopke, het hoofdeke. Het uiteinde van den steel, dicht bij het halzeke Zegelsem. De lengte der djakke hangt af van de kracht en de behendigheid van den koewachter. De langste djakken geven de schoonste slagen ; maar het klink- snoer komt, in zulk geval, wel eens in het gelaat van den onbehendigen speler terecht. De djakke wordt, van den steel aan, dunner en dunner; het dikste deel heeft ongeveer de dikte en de lengte van den steel.

Zij wordt uit vlas of uit kemp vervaardigd. Zij heeft de volgende onder- deden: A Hei hangsel Zegelsem, Asper. Het is een dubbel koordje, waarmede de djakke aan het hal- zeke wordt vastgeknoopt, liever vastgestropt Namen. Asper, Zegelsem, Hangzeel, o. A' Keten of lijf. Het dikste der djakke heet: Het is gekeperd, alsdan heet men het, het. Of getrokken, alsdan zegt men het getrokkenc. Als de zweep volledig is, heeft zij een slag, die uit een drtjslag en een Iwec- slag bestaat. Soms bestaat enkel de tweeslag of een- voudig weg de slag.

De drtjslag heeft drie koordjes, die tot éen koord zijn samengevlochten. De tweeslag is dunner dan de drtjslag, deze dunner dan de keten. De tweeslag bestaat uit twee ineenge- vlochten koordjes. Voor De Bo, die geen dry slag kent, is de tiveeslag: De tweeslag heet nog voetje bij De Bo. Het klinksnoer of klenksnoer is het dunne eind- koordje, dat den slag moet geven. Klap, GalléE bij kasjón, Klapkoorde, vr.

De Bo bij voorsnoer en keten. Vorst-bij -Brussel, Denderleeuw, Aalst, Ninove en omstreken. Digitized by Google — I05 — Klatschool met Hgd. Ook Loguela, IX, Ongeveer een voet lang, zegt de schrijver. Voorsnoer, o De Bo.

Het klinksnoer heeft aan het uiteinde een knoopke Zegelsem en een pluitne Zegelsem. Jlet knoopke moet beletten, dat het klinksnoer, door het djakken niet teenemaal losgerake. De pluime is het loshangende, ongevlochten eind- kwastje van het klinksnoer.

Het is de pluime, die den klap voortbrengt. Zij verslijt, wordt immer korter en, als zij te kort is, moet het knoopke hooger gelegd worden. Asper VT , Zegelsem. Freluche de la mêeke.

De algeraeene naam, welken men voor dit werk bezigt, is vlechten: Doch er bestaan verschillende manieren van vlechten en die moeten hier beschreven worden. Digitized by Google — io6 — a Vooreerst wordt het noodige vlas kemp in het Land van Waas gekozen; het wordt goed gereinigd, vervolgens maakt men er spcckselingen van. Asper, VT, V, 38 zijn: Van- daar de naam. Met die speekselingen bekomt men twee, drie of meer strengen 2ie de Wdb. Er zijn zweepen van zestien strengen! Hoe meer strengen, hoe moeilijker het werk wordt, doch ook hoe heerlijker de djakke is!

Andere namen der strenge: Luik, Land van Dendermonde. Hij spreekt van djakken van acht tot tien schinkels. Door middel van die strengen legt men, trekt men of kepert men de djakke. B Leggen, Dit is de eenvoudigste manier. Twee, drie of meer. Aan zulke djakke hecht de jongen niet veel waarde. Bij De Bo is leggen: De Bo heeft nog platleggen, dat hij als volgt omschrijft: De drieslag, de tweeslag worden gelegd, gevlochten, gebreid, C Trekken, Het trekken wordt juist genoeg in Volk en Taal, V, 38, beschreven: Nu wordt de buitenstreng van 't rechtergroepje te midden door het linkergroepje geleid om vervolgens de eerste der binnenstrengen van haar groepje te komen zijn; de buitenstreng van het linkergroepje gelijkelijk door het rechter — en zoo gaat het werk voort altijd afwis- selend tusschen de rechter- en de linkerbuitenstreng.

Indien echter 't getal strengen wat groot is, verlegt men met de buitenstreng tevens ook de naastliggende, zoodat men dan altijd met twee strengen werkt, gelijk in 't eerste geval met eene. Alles goed gesloten of toegetrokken vormt men aldus een regelmatige, vier- kante zweep. Men trekt als hierboven beschreven staat, doch rond een min of meer dikke koord, die dus de kern der djakke vormt. Het keperen bestaat in 't herhalen van dees werk, zoodanig dat elke strenge beurtelings dient om als ooge gezet, om rond de ooge geleid en om door de ooge gestoken te worden.

Kippelen; en in klafsuè'r kip' pele: Hij beschrijft het werk bij knokken: Om te knokken neemt men op éénmaal drie schinkels die men ineen strengelt 1 Men kan er wel meer gebruiken. Digitized by Google — log — en vast toehaalt ; dan neemt men eenen vierden schin- kel en hem voegende bij de twee laatste van de drie voorgaande die reeds geknokt zijn, strengelt men deze drie wederom ineen op dezelfde wijze; dan neemt men den vijfden schinkel en hem insgelijks voegende bij de twee laatste van de voorgaande, strengelt men ze alweer op dezelfde wijs; en aldus gedurig voort rond, tot dat de keten voltrokken is.

Hoe menigvuldiger en hoe dikker de schinkels zijn, waar- mede men knokt, hoc dikker en hoe zwaarder ook de zweep zal zijn, die men knokt. Te Itegem spreekt men van: Een klets te vlechten, als het met twee draden is; Een kleis te schakelen, met drie draden ; Een kleis te sltnderen, met vier draden.

Koordkneukelen is, te Hoogstraten, op de kneu- kels vlechten. Zie ook Kncukelen bij Corn. Zie de plaatsnamen bij Djakkc, Djekken, Dendermonde en omstr. Jakken, De Bo, Schueraians. Klakken met de zweep , Van Dale. Peertsen, Klein Brabant; Kapellen Schuerm. Zweepen, Itegem; Van Dale.

Zweepklappen, Ter Gouw, bl. Het lied der djak wordt door de koeters uit het Land van Waas aldus vertaald: B Bijzondere manieren van djakken. De meest gebruikte djakwijze bestaat in arm en zweep omhoog te steken, daarna ze met machtigen zwaai naar beneden te zwieren. Dit is het gewone djakken der kinderen. Eene hand is hiertoe voldoende en veel vaardigheid wordt niet vereischt.

Met korten zwaai, lichtekens de zweep naar voren werpen en aldus een lichten slag voortbrengen. De djakke wordt eerst vooruitgezwierd, daarna terzijde gerukt en zóo klapt ze. Digitized by Google — III — Het is de gewone djakwijze der koewachters ; de slag is zoo luid mogelijk. Boven den kop djakken. De steel wordt met beide handen vastgenomen, de djakke heen en weer geslingerd boven het hoofd en bij elke slingering hoort men een slag. Het is de kunstigste manier van djakken. Er zijn koewachters, die verscheidene minuten lang boven het hoofd kunnen djakken.

Dit is slaan met de djakke of zweep, op den ezel, het paard of de koe, soms ook wel op een mensch; de djakke brengt geen klap voort. Als men maar eens slaat, geeft men nen kap. Te Brussel zegt men voor kappen eenvoudig klas» jen; bij Tuerlinckx en Rutten: De koewachlers djakken soms om het luidst, om het meest, om het langst. Van dit wedspel komt de Aalstersche uitdrukking klasjoor geven.

Er wordt ook met djakken gescherminkeld. Digitized by Google — — Aanmerkingen. Kletteren, Land van Dendermonde VL. De djek klettert, d. Wordt ook gebruikt voor het geluid zelf: Het geluid der djakke heet: Klap, slag, Van Dale. Klus, klets, klitsklets, Van Dale. Van Dale, doch het is alsdan een herhaald geluid. Hiervoor ook Geklitsklets, Slag, Herdersem. Overschelde is de naam voor die gemeenten; het woord wordt op beide oevers gebruikt.

De inwo- ners van Nederzwalm b. De koelers koewachters van de meerschen, aan beide oevers gelegen, roepen elkander spottend toe: Ze rijden met koeien en paarden uit.

Koeien met bonte plekken! De duvel zal ze rekken! Geef dat beestje een beetje wulgenbrood. Ze bijten al de duvels dood! Ze rijden op een papieren peerd; Digitized by Google — — Ze maken nen hoed van biezen; Al waar dat ze gaan of staan, Ze zijn bekend voor dieven! Legt er nog een bootje bij: Ga, slaapt er mee! Ze staan er op de markt mee te koope! Ze rijden met koeien en peerden uit. Van hier tot Gaver-brugge Met elk nen ijzeren klippel op huldren rugge!

Doch Volkskunde, I, , geeft het wel juister: Ze rijen mee koeien veur peerden uit. Koeien mee bonte plekken, Den duvel zal ze komen lekken! Ze hebben heien en bosschen rondgewrut gewroet , Ruttekentut! Boerin, zet e penneke pap aon 't vier.